Foto: Nick Oostendorp
Columns

Zwaleman | Vlees

Vlees

Op weg naar kennissen in Ootmarsum zag ik ze op tal van plekken: de grote spandoeken die vlak voor de kerstdagen overal langs drukke wegen in Twente zijn opgehangen. Met die spandoeken proberen de Twentse agrariërs hun imago een beetje op te poetsen. Niet alleen dat van hen zelf trouwens, maar dat van de boeren in het algemeen. De actie in onze buurprovincie is een soort van pilotproject. Dezelfde spandoeken krijgen we te zijner tijd ook in de Achterhoek te zien.

Op de spandoeken en posters is een boer (of boerin) te zien, die een grote mand vol verse landbouwproducten toont. 'Onze boeren, onze voedselmakers' staat daar in grote letters onder. De boeren willen ons dus duidelijk maken dat alles dat wij dagelijks op ons bordje zien, van hun bedrijven afkomstig is. "Gek genoeg hebben heel veel mensen bij het woord boer alleen een associatie met negatieve begrippen als mestoverschot, milieubelasting, fipronil of vogelgriep", hoorde ik een boerenvoorman op TV Oost uitleggen. "Bijna niemand denkt in de eerste plaats aan het voedsel dat door boeren wordt geproduceerd."

Tja, er is ontegenzeggelijk sprake van een grote, zelfs groeiende onvrede met de agrarische sector. En dan vooral met de manier waarop in die sector wordt gewerkt. Ik heb die onvrede ook wel een beetje. En af en toe loopt die hoog op. Bijvoorbeeld toen ik laatst een bericht las over 19.000 kalkoenkuikens, die op een vlucht van Canada naar Schiphol in het vliegtuig zijn doodgegaan door de kou. Eéndagkuikerns die in kartonnen dozen gepropt van Canada naar Nederland worden vervoerd! Wie komt er in vredesnaam op zo'n idee? Dat is in mijn ogen nog stommer dan Nederlandse varkens naar Italië te vervoeren om ze daar te laten slachten. Zodat de aldaar van die varkens gemaakte worst salami mag heten. Alleen daarom al eet ik nooit salami op mijn boterham. (En ook omdat de worst zo naar knoflook stinkt, geef ik eerlijk toe)

Ik probeer trouwens wel mijn boosheid en negativiteit op een positieve manier om te buigen. Ik koop daarom alleen nog maar biologisch vlees of op z'n minst vlees van scharreldieren. Eieren komen ons huis alleen nog maar binnen als ze gelegd zijn door buitenloopkippen. En steeds vaker eten we in huize Zwaleman helemaal geen vlees bij het warme eten.

Dat wil overigens niet zeggen dat ik zelfs maar overweeg om volledig vegetariër te worden, zoals mijn lief dat wel is. Flexitariër, dat gaat voor mij net ver genoeg. En voor mijn kinderen en kleinkinderen ook. Stel je toch eens voor, dat er bij de gourmet van de afgelopen kerst alleen maar bonenburgertjes, tofublokjes en falafelballetjes op tafel hadden gestaan. Er zou een familie-revolutie zijn uitgebroken. Nee, ik houd dus maar vast aan regelmatig een lekker stukje vlees. Bij voorkeur wel een beetje duurzaam. Dus niet van een Wagyu koe uit Australië of een Kellybronze kalkoen uit Amerika. Nee, gewoon van een beest dat op een Achterhoekse boerderij een redelijk goed leven heeft geleid. Dat smaakt mij toch het lekkerst.

Meer berichten