Foto:

'Onroomse' herrie?

Sinds mensenheugenis gold hier en elders als ongeschreven wet dat des zondags vóór het middaguur geen luidruchtige activiteiten gehouden werden in de straten, onder andere om geen kerkdiensten te storen. Een aloude fatsoenswet uit respect voor religie en kerkgangers.

Afgelopen pinksterzondag roffelde even na aanvang van een kerkdienst hier een korps (of meerdere tegelijk, afgaande op het volume) vrolijk en luid vlak voor de deuren van de Bonifatiuskerk langs.
Naarmate de herrie toenam, stond mijn besluit vaster en vaster: een ingezonden brief naar ons plaatselijke huis-aan-huisblad. Midden onder de preek werden de kerkgangers opnieuw vergast op een luidruchtig tromgeroffel. Veel kerkbezoekers hadden door hun stijgende ergernis gaandeweg geen aandacht meer voor de preek, áls die überhaupt nog te verstaan was. Stond vooral de predikant zich niet te verbijten? Kon hij een vloek onderdrukken? Maar dat zou het spreekwoordelijke 'vloeken in de kerk 'zijn. Pastores vloeken nooit.
Alsof het opzettelijk zo gepland was, herhaalde zich het tumult andermaal, prompt tijdens de consecratie, het voornaamste tijdstip in de viering. Ik mijmerde intussen hoe in een grijs verleden de pastoor uit mijn jeugd spoorslags de kansel zou hebben verlaten, de kerk zou zijn uitgebeend en de onverlaten persoonlijk aan de oren hebben getrokken of hun een schop verkocht. Satanswerk! zou hij stellig geroepen hebben.

Ja, dit moest een brief op poten worden. Totdat ... Ja, totdat de pastor de viering afsloot met de woorden: "We hebben vanmorgen stilgestaan bij de komst van de Heilige Geest, de Geest die wij mogen doorgeven. U hebt buiten de muziek gehoord. Het hemelse en het aardse komen zo dicht bij elkaar, ook in de kerk. En dat is mooi." Aldus sprak de dienaar van een kerk die al eeuwenlang vergevingsgezindheid, tolerantie en verdraagzaamheid hoog in haar vaandel heeft. Op slag wég al mijn ergernis. Wég vergeldingsplan. Wég - als sneeuw voor de zon - al die wraakgevoelens bij de kerkgangers; verdraagzaamheid, dát is het! Schrappen die ingezonden brief. Of toch maar niet? Tóch volgend jaar iets meer respect, fatsoen?

Antoon Driessen, Lichtenvoorde

Meer berichten