Columns

Uut 't Wald | Gleunige tuffels

Gleunige tuffels

Het eerste cafetaria van ons land werd meer dan honderd jaar geleden in Utrecht geopend, maar in de jaren vijftig van de vorige eeuw kon je ook in de Achterhoek voor een snelle hap al bij een aantal snackbars van naam terecht. Een uitgebreide menukaart hadden die niet, op de muur stond geschreven wat je kon bestellen: een kroket, een nierbroodje, een gehaktbal of een knakworst, daarmee had je het wel zo'n beetje gehad. Oh ja, en natuurlijk patates frites. Ook toen al waren de gefrituurde staafjes aardappel met afstand het meest verkochte product.
Een cafetaria uit Lochem ontleende er zelfs z'n naam aan: Jan Patat. Net als dat cafetaria in (het Twentse) Hengelo, waar ik in de trein langs kwam op weg naar opa en oma. Maar die snackbar gebruikte de Twentse benaming voor (gefrituurde, dus gloeiendhete) aardappels: Gleunige tuffels stond op de gevel.
Iedere Tukker wist wat ze daar verkochten, maar een Achterhoeker snapte die naam niet. Hier sprak men niet van tuffels, maar van eerpel. Of ook wel eerappels, arpel of jappels.
Er waren ook wel andere, meer fantasievolle benamingen. Een Achterhoekse huismoeder kon bijvoorbeeld heel druk zijn met veldhoenders plukken. Waarmee dan aardappels schillen werd bedoeld.
Voor patat, een betrekkelijk nieuw fenomeen van na de Tweede Wereldoorlog, heeft onze streektaal geen eigen woord. Maar zeker kleine aardappeltjes kun je ook goed bakken. Bij voorkeur in de schil. Dan heb je bröädekes. Ook wel knorhanen of smoerjappels genoemd. En als je aardappels in schijfjes snijdt en ze dan (rauw) bakt, dan eet je in de Liemers bliendvis of bliendvink.

Meer berichten