De Lichtenvoordse Leeuw op de Markt. Foto: PR
De Lichtenvoordse Leeuw op de Markt. Foto: PR
Columns

Kei-praot van Kiezel

Nu de Zwarte Cross achter de rug is en het stof dat deze editie deed opwaaien weer is nedergedaald, kijken de inwoners van de Keistad uit naar het feest der feesten: de Lichtenvoordse kermis. Drie dagen lang bolderen, bier drinken en banden aanhalen. Vroegâh lag heel het dorp dagenlang op zijn gat. Winkels en bedrijven waren gesloten, hele gezinnen waren de hort op en wie tussendoor thuis kwam om het sluitingsuurtje te overbruggen, trof, als ie mazzel had, nog een pan zondagse soep aan. Vaak aangevuld met een schaal opgemaakte salade van cafetaria Meijer, dat dan weer wel. Mooie tradities, hoewel, de traditie om op kermismaandag tussen 6 en 8 alle horeca te sluiten mag voor mij direct worden afgeschaft. Voor oud-Lichtenvoordenaren die jaarlijks terugkomen om kermis te vieren, en daar ben ik er zelf ook een van, toch weer even zo'n moment waarop je denkt 'Kan ik nog bij iemand aanhaken of ga ik naar huis?' Uit eigen ervaring weet ik dat de keuze vaak op de laatste optie valt en dat, eenmaal geïnstalleerd thuis op de bank, van verder feesten weinig meer terechtkomt. In een enkel geval mondt optie 1 ook uit op een bank waar je niet meer vanaf komt maar dat om een andere reden.

Met de kermis in zicht stijgt ook de dahliakoorts weer tot grote hoogte. De pr-machine voor het op één na grootste bloemencorso ter wereld draait inmiddels op volle toeren. De kleurrijke optocht die Lichtenvoorde als dahliastad stevig op de kaart heeft gezet en duizenden bezoekers naar de Keistad trekt. Nu nog een manier vinden om die toeristen ook door het jaar heen naar Lichtenvoorde te halen; het gedroomde museum Corso-experience van corsovoorzitter Herman ter Haar zou daar zeker aan bijdragen. Waar dat moet komen? De oude fabriek van Hulshof Herwalt is de perfecte plek waar de waarden van het corso én van ons schoenlappersdorp - innovatie, vakmanschap en creativiteit - samenkomen. Aan de buurt zal het vast niet liggen. Die ziet de huidige 'stinkerd' maar wat graag vertrekken naar een industrieterrein. Met een mooie hap geld die de gemeente Oost Gelre tegemoet kan zien vanuit de onlangs gesloten RegioDeal van 40 miljoen, moet een verhuizing van Rompa naar een industrieterrein in de gemeente toch geen probleem meer zijn. Op de Laarberg hebben ze vast nog wel een plekje over en in Grolle heeft er van de wind nog nooit een wakker gelegen.

De Lichtenvoordse Leeuw ziet het allemaal maar met lede ogen aan. Het restaurant, vernoemd naar het trotse symbool van de Keistad, sluit na een halve eeuw haar deuren. Hoewel trots? Als je ziet hoe zwart en smoezelig het beeld en de kei er momenteel bij staan, zou je toch niet denken dat de Lichtenvoordenaren er erg gesteld op zijn. Kan natuurlijk ook zijn dat met een college van B&W dat voor het overgrote deel in Groenlo woont, de prioriteiten niet altijd daar liggen waar je ze graag zou zien. Maar wellicht dat met het nadere jubileum van het ons nationale immateriële cultureel erfgoed de verantwoordelijke ambtenaar een grondig opknapbeurtje voor de Lichtenvoordse Leeuw kan regelen. Wellicht slim om dat als repeterende taak jaarlijks in te plannen. Ik zou zeggen, direct na de Zwarte Cross als alle zand uit de Schans weer is neergedaald. Zodat al die toeristen het jaar rond met een stralende 'Loekie' op de foto kunnen. Tenminste, als ze vanuit Grolle niet teveel stof deze kant opblazen.

Kees Kiezel

Meer berichten