Columns

Uut 't Wald | Boekzeek

Boekzeek

In mijn jeugdjaren hoorden diverse soorten fruit nog bij een bepaalde tijd van het jaar. Omdat ze niet het hele jaar door verbouwd konden worden en ook nog niet per vliegtuig werden aangevoerd vanuit Afrika of Zuid-Amerika. En omdat ze over het algemeen ook niet lang houdbaar waren. Aardbeien of frambozen kon je alleen in de zomer kopen, zelfs sinaasappels (die wel werden geïmporteerd) lagen niet het hele jaar door in de winkel. Appels waren er wel altijd, want die kon je onder bepaalde omstandigheden nog heel lang bewaren. De geur van de appeltjes die hoog en droog bij mijn opa op de vliering lagen heb ik een halve eeuw later nog steeds in mijn neus. Maar die appeltjes op de vliering zagen er heel anders uit dan de van versheid glimmende appels en peren die tegenwoordig in de supermarkt liggen.
Glimmend, maar meestal ook nog niet rijp. 'Gruun' zei men vroeger in deze streek tegen dit soort appels. En gruune appels, die kocht je niet. Net zo min als peren die weer té rijp waren. 'Ne doodriepe pere is òf maelig, òf boekzeek', wist iedere Achterhoeker. Andere woorden voor te rijp waren botterriepe, strontriepe, deeg of muur.
En dan was er nog het fruit waar wormen of andere beestjes al van hadden geproefd. Dat zie je tegenwoordig niet meer in de winkel, maar het werd ook vroeger liever niet gekocht. In het Nederlands hebben we het over wormstekig fruit, in het Achterhoeks over pierrottereg. Of pierstekkeg, an-estokken of verwormd. En had een appel bruine vlekjes (körkstippen zei men in de Achterhoek), dan was die appel dreugerot.


Jan Buter

buterneede@hotmail.com


Meer berichten