Columns

Uut 't Wald | Vrieven

Vrieven

Er zijn woorden die in het Nederlands en in onze streektaal heel veel op elkaar lijken, maar toch heel anders klinken als je ze uitspreekt . Het Nederlandse woord wrijven is daar een mooi voorbeeld van. In het Achterhoeks is dat vrieven. Net zoveel letters, bijna dezelfde ook. Maar de ij-klank wordt een ie en de wat zachte w wordt een v. Een letter die veel harder klinkt. Maar beide woorden betekenen precies hetzelfde. Meestal: met je hand hard ergens tegenaan bewegen. Bijvoorbeeld tegen een lichaamsdeel, al dan niet je eigen.
Iedereen doet dat wel eens. Als je een beetje jeuk hebt, bijvoorbeeld doordat je langs een brandnetel hebt gestreken, dan moet je niet krabben. Wrijven helpt wel, zeker als je het maar blijft doen. "Hee was stäörig aover de zere plekke an 't vriemm", lees ik in het WALD, het woordenboek van de Achterhoekse en Liemerse Dialecten.
Als je wat harder wrijft, dan heet dat in het Achterhoeks geen vrieven, maar rospern. En doe je het met de gewrichtsknobbels van je gebalde vuist, dan is het knobbelen. Heb je jeuk op de rug en wrijf je eens flink tegen bijvoorbeeld een deurpost, dan ben je je aan het scheuken. Maar wrijf je bijvoorbeeld muntblaadjes fijn tussen je vingers, dan heet dat fribbelen.
Je kunt ook wrijven om iemand te plagen. Vaak doen volwassenen dat met kinderen. Dan denken ze dat ze grappig zijn. Maar eurke froesele (iemand met beide handen ruw over de oren wrijven) is helemaal niet leuk als je slachtoffer bent. Je kunt ook iemands kin tussen duim en wijsvinger nemen en dan flink hard wrijven. Beschuutje voeren noemen ze dat in de Achterhoek. Maar als kind heb ik dat nooit grappig gevonden!

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden