Foto:

Levensdonker

Oost Gelre doet ook mee aan het project Levenslicht van Daan Roosegaarde. 104.000 lichtgevende stenen symboliseren de Nederlandse slachtoffers van de Holocaust. In Oost Gelre zijn er 600 neergelegd, vorige week op de Markt in Groenlo.
Ik weet niet of het aantal van 600 overeenkomt met het aantal slachtoffers destijds in wat nu Oost Gelre is, maar het waren er relatief gezien in elk geval veel.
Ik weet ook niet of het monument na de onthulling de gewone voorbijgangers letterlijk en/of figuurlijk laat stilstaan bij wat er toen is gebeurd. Het is in elk geval een mooi symbool met een mooie gedachte erachter.
Denk ik dan maar.
Veel ontroerender vond ik het verhaal dat ik enkele jaren geleden te horen kreeg bij de Open Joodse Huizenroute. Een man van inmiddels ruim in de 90 vertelde hoe hij de oorlog was doorgekomen. Hij deed zijn verhaal in het huis in Groenlo waar hij ondergedoken had gezeten.
Hij had een fotoalbum bij zich. Waarin vooral één foto opviel. Een grote foto uit 1942. In kleur, dat maakte het nog echter.
Op de foto stonden enkele dames op een trottoir. Dames met hoofddoekjes. Niet de vrouwonderdrukkende hoofdbedekking die je er nu mee associeert, maar gezellige hoofddoekjes. Van die hoofddoekjes uit de tijd dat geluk nog heel gewoon was.
Of heel gewoon had kunnen zijn.
De vrouw met het kleurigste hoofddoekje was de moeder van de hoogbejaarde man met het fotoalbum. Zij stond met de andere dames op de foto - waaronder zijn zus, zijn tante, zijn inwonende oma en zijn lievelingsbuurvrouw - te wachten tot ze zouden worden opgehaald.
De man, destijds nog een jochie, stond om een of andere reden niet op de transportlijst. Samen met zijn andere zus en een neef overleefde hij de vervolgingen, als enigen van hun familie; ten tijde van de Huizenroute was die zus inmiddels ook overleden.
Het was de laatste foto die hij van zijn moeder had. We bekeken met een groepje de foto en niemand zei wat. Het fotoalbum lag op tafel maar de man hield het aan beide kanten vast. Alsof hij bang was dat iemand, zoveel jaren na zijn moeder en de rest van zijn jeugd, ook nog zijn fotoalbum zou meenemen.
Dat is dus 104.000 keer gebeurd in Nederland. En een paar honderd keer in Groenlo en Lichtenvoorde. Niet in de middeleeuwen bij een woest volk in het midden van niks. Maar hier om de hoek en eigenlijk nog maar een paar jaar geleden. De Elna en de Groenlose Gids bestonden al. Maar toen stonden er nog nauwelijks foto's in de krant.
Als ik aan die man (die nu, een paar jaar na de Open Joodse Huizenroute, misschien ook al wel overleden is) denk, krijg ik altijd zin om mensen die de boerenproblemen of het gedeeltelijke boerkaverbod vergelijken met de Holocaust met een van die herdenkingsstenen op hun bek te rammen. Maar ik doe het niet. Ik schrijf het alleen maar op.

Meer berichten