Bio-industrie in de Randstad

  Column

Boeren-sympathisanten zijn een actie begonnen om het nummer 'De boer dat is de keerl' van Normaal vanuit het niets op nummer een van de Top 2000 te krijgen. Volgens het CDA in Oost Gelre is de kans dat dat gebeurt significant aanwezig als alle lezers van Elna en Groenlose Gids massaal op dat nummer gaan stemmen. Volgens mij ontbreekt het de coalitiepartner een beetje aan realiteitszin. Elna en Groenlose Gids bereiken iedere week enorm veel lezers in Oost Gelre maar om nu te zeggen dat ze de Telegraaf voorbij streven...

Boeren-sympathisanten mogen ook graag afgeven op randstedelingen. Op social media worden er allerlei geografische kaartjes voor de dag getrokken of foto's met idyllische coulissenlandschappen tegenover stinkende fabrieken of volgebouwde steden gepost met daarbij de vraag 'Wie vervuilt er hier nu het meest?' Maar te beweren dat stedelingen vervuilender zijn dan plattelanders is een denkfout. Dat je met z'n allen op een kluitje woont en het gebied an sich daardoor meer verontreinigende lucht uitstoot, wil niet zeggen dat een individuele stedeling naar rato een grotere impact op het milieu heeft dan een plattelander. Ik durf zelfs wel te beweren dat veel stedelingen minder milieubelastend leven dan wij hier in 'den Achterhook'. Randstedelingen beschikken over goed en efficiënt functionerend openbaar vervoer, doen veel te voet of met de fiets want alles is dichtbij, de omloopsnelheid in de winkels en restaurants is er hoger waardoor er minder weggegooid hoeft te worden, de huizen zijn kleiner en sneller te verwarmen, stedelingen hebben zelfs iets minder kinderen dan plattelanders want ze doen niet aan carnaval en van tentfeesten hebben ze nog nooit gehoord. Scheelt toch weer een slok op de borrel. Kortom, ze leven een beetje zoals de varkens in de bio-industrie. Zeer efficiënt en ze lijden er niks aan. Of je zo wilt wonen, dat is een tweede.

Nou, dan Oost Gelre. Woon je in een van de grote kernen dan is het nog wel te doen, behalve dat er 's avonds en in het weekend geen taxi meer is te krijgen. Woon je in een kerkdorp of het buitengebied dan is een auto (of twee, soms zelfs drie) haast onontbeerlijk. Het openbaar vervoer, in de kerkdorpen op de been gehouden door vrijwilligers, is immers niet om over naar huis te schrijven. En ach, als die auto er toch staat, vinden we het heel normaal om voor ieder wissewasje achter het stuur te kruipen. Kinderen van en naar school brengen (wij moesten vroeger gewoon fietsen of lopen, zonder mobieltje, levensgevaarlijk!). Naar de supermarkt om de hoek voor het vergeten pakje boter terwijl onze ooit zo florerende middenstand het steeds moeilijker krijgt. We bestellen de simpelste dingen direct online en nemen niet meer de moeite om even langs de winkel te gaan. Dat daarvoor weer extra vrachtwagens moeten rijden, snelwegen moeten worden doorgetrokken en in China de fabrieken staan te kwalmen, dat nemen we dan maar even op de koop toe. Wij wonen tenminste op het platteland.


Kees Kiezel

Meer berichten