Oerend Smart | Weer een fan

  Column

Een half uur later dan verwacht komt hij aanfietsen. Iets verhit, maar blij gezicht. Karel, journalist voor De Groene Amsterdammer, schrijft een artikel over naoberschap. Hij is vanmorgen op z’n e-bike vertrokken uit z’n standplaats Deventer en over smalle weggetjes en fietspaden via Lochem en Barchem binnendoor naar Groenlo gereden. En nu hij in Groenlo is, pikt hij gelijk een bezoekje aan VION mee, voor een verhaal in het NRC. Groenlo is nieuws nu het coronavirus om zich heen grijpt in de slachterij. Onze afspraak was al gepland, toen alles nog rustig was.

Na een groot glas water om z’n dorst te lessen, deelt hij enthousiast zijn ontdekking van die ochtend: ‘Wat is het hier mooi!’ En met deze opmerking zijn we los! Meer aanmoediging heb ik niet nodig. We praten over fietsknooppunten en de prachtige omgeving. En over me thuis voelen. Dat gaat over mensen, over cultuur, over mentaliteit, over kernwaarden. Over naoberschap. Over verschillen met het Westen.

Net zoals een huis pas gaat leven als er mensen in wonen, zo is dat ook met een regio. Mooi is fijn, maar niet het belangrijkste. Dat zijn de mensen die activiteiten organiseren, die elkaar groeten op straat, die slimme uitvindingen doen, die elkaar helpen ‘omdat we dat nu eenmaal zo doen’, die niet afwachten tot iemand iets gaat doen, maar gewoon zelf beginnen. En dus vertel ik dat de Achterhoek, na Eindhoven, de meeste octrooien heeft. En ook dat bewoners in Gelselaar zich hard maken voor de Slimste weg van Nederland. Dat er een whisky-distilleerderij is in Zelhem en dat die in deze corona-tijd uit Grolsch-bier desinfectiemiddelen maakt. Dat jongeren samen huizen bouwen op een oud fabrieksterrein.

We praten over wederkerigheid. Ik leg uit dat we hier een ander helpen, omdat ie om de hoek woont, omdat ie iemand kent die ik toevallig ook ken, omdat het een kleine moeite is. En nee, daar staat niet altijd geld tegenover. En nee, je hoeft ook niet direct iets terug te doen. ‘Hoezo dan wederkerig?’ vraagt Karel. Goeie vraag. Het is veel meer ‘wie goed doet, goed ontmoet’. Of zoals ik ooit van Ronald van den Hoff leerde: asynchrone wederkerigheid. Als je iets goeds doet voor een ander, komt dat altijd ergens terug. Je wereld wordt er immers mooier van.

Natuurlijk realiseer ik me dat niet iedereen in deze regio zo denkt en doet. Dé Achterhoeker bestaat niet. Maar in onze cultuur zitten wel deze elementen. We maken afspraken op basis van vertrouwen, we pakken aan en doen wat voor een ander. En bovendien zijn we trots. We schreeuwen misschien niet van de daken waar we goed in zijn. Maar wat we wel doen, zeker wanneer je ernaar vraagt, is vertellen wie er mooie dingen doet. Vraag een groep Achterhoekers ‘wat ze wel aardig vinden’ in hun stad of dorp en je hebt zo een hele lijst. En anders doe ik het wel.

Na ruim twee uur gaat Karel weer op weg, nadat hij van mij een boterham met kaas heeft gekregen. Hij besluit spontaan: ‘Ik blijf vanavond in Groenlo slapen.’ Een tandenborstel en tandpasta regelt hij wel even. Weer iemand besmet met het Achterhoek-virus.

Linda Commandeur zorgt als katalysator in processen voor vertrouwen vanuit beweging

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden