Oerend Smart | Larven met een luier

  Column

De een steekt de kop in het zand, zodra je hem of haar hebt ontdekt. De ander klimt naar de top van een grashalm als om je begroeten.

De een, de ander… Dat klopt feitelijk niet. De een is engerling, de ander meikever. Eén en hetzelfde insect, kind en volwassene, larve en imago.

Ook larven van juni- en neushoornkevers heten engerling, maar meikeverengerlingen zijn het talrijkst. Al waren ze vijftig jaar geleden bijna uitgeroeid door het gif DDT.

Steek je een spa in niet te vochtige tuingrond, heb je kans dat je een engerling opgraaft. Waarschijnlijk krioelen er dan veel meer van die wittige schepsels in de buurt. Ze knabbelen aan wortels dat het een aard heeft. En ze kunnen vier jaar oud worden, tel uit je verlies. Eerst beknagen ze de worteltjes van lage planten; als ze groter groeien, wagen ze zich aan het wortelgestel van struiken, die daarop prompt verschrompelen. Hebben ze de wortels op, verdwijnen de engerlingen en keren de planten terug, ten eerste als eenjarige bloemenzee. In wezen is het een natuurlijk proces – maar welke tuinbezitter kan zoveel geduld opbrengen? Gif gebruiken doe je niet, je kunt hooguit je tuin geheel afgraven. En dan maar hopen dat een kever niet wéér haar eitjes op jouw lapje grond deponeert.

‘Engerling’ klinkt als een scheldwoord. Wegwezen uit mijn tuintje, engerling, engerd! Het betekent van origine alleen ‘larve’ of ‘worm’. Middeleeuwse Duitsers noemden de engerling ‘angari’. In diverse talen wordt de ‘a’ als ‘e’ uitgesproken. De keeper van het Deense voetbalelftal heet Kasper Schmeichel, maar zijn landgenoten zeggen ‘Kesper’ tegen hem.

Onder zo’n voetbalveld kan het wemelen van de engerlingen. Ze knabbelen ook na het laatste fluitsignaal overijverig voort. Je snapt niet waar ze het allemaal laten, want – pikant detail – engerlingen slaan al hun poep op in hun achterste, dat er uitziet als een transparante luier. Pas als ze zich transformeren tot kever, worden ze van die ballast verlost.

Waar tuinmensen engerlingen als hinderlijk beschouwen, zijn het voor kauwtjes en roeken heerlijke hapjes. Ze bezoeken massaal het stadion. Loopt Kesper Schmeichel de volgende dag met de bal onder zijn arm het veld op, hebben vogelsnavels het volledig omgewoeld.

Ook bij aaltjes staan engerlingen op het menu. De miniwormpjes zijn van huis uit aanwezig in de bodem, een teken dat die gezond is. Bodems van tuinen en grasvelden zijn dat niet per definitie: mensen hebben de grond omgewoeld, het evenwicht verstoord. Maar alles is te koop, ook aaltjes. Ze tasten insectenlarven van binnenuit aan, die gaan dood, het voetbalveld blijft intact.

Meikevers, vaak nog in juni te zien, vertoeven graag nabij eiken en beuken. De engerlingenouders knagen niet aan wortels maar aan bladeren en ook zij kunnen behoorlijk toeslaan. Ze ogen zwaarlijvig, ik zag er eentje moeizaam een grashalm beklimmen, net uit de duistere kevergang te voorschijn gekropen, schijnbaar nog niet gewend aan het licht.

Zoals meikevers brommend rondvliegen, lijken het wel ufootjes. Maar ze komen niet uit de ruimte, ze komen van veertig centimeter onder de grond.

In de columns van journalist Sander Grootendorst staan mens en natuur centraal

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden