Klaus Rother in het boekencafé van de Koppelkerk. Foto: Kyra Broshuis
Klaus Rother in het boekencafé van de Koppelkerk. Foto: Kyra Broshuis

Artikelen van Klaus Rother over de Nederlandse taal en cultuur

Cultuur

Klaus Rother schrijft over zijn ervaringen met de Nederlandse cultuur. Dit verhaal hoort bij het interview dat Kyra Broshuis optekende in de titels van Achterhoek Nieuws. Dat vindt u hier.

Mijn kijk op de Nederlandse cultuur

5000 jaar geleden koloniseerden eerste boeren het gebied van Drenthe (Bron: Prisma Wegwijzer Drenthe). Ze kwamen van het oosten. Voor haar doden bouwden ze hunnebedden. Je vindt ook veel hunnebedden precies over de Nederlands-Duitse grens, bijvoorbeeld dichtbij Meppen. Dit zijn zonder twijfel de meest imponerende culturele herinnering aan deze bevolking in dat gebied. Maar dat betekent ook, er was in die tijd geen meetbar verschil tussen de culturen.

Na de eerste landbouwers kwamen in de volgende eeuwen Friesen, Saksen, Romeinen, Franken, Noormannen, Spanjaarden, Fransen, alle met verschillende culturen. Aanvullend de opkomst van het Christendom, kerken, kloosters, steden, wetenschap, opleiding, vorstendommen, koninkrijken, feodalisme, religies, industriële revolutie, emancipatie van de arbeidersklasse, internationale handel, oorlogen enz. leidde tot het huidige moderne Nederland.

Als je Nederland b.v. met de fiets van Duitsland via een smokkelaarspad of een groene grens binnen komt, dan heet een nieuwe wereld voor fietsers je welkom. Een systeem van kaarten en knooppunten leidt je in elke hoek van het land. Geen enkele andere routebeschrijving geeft een betere oriëntatie voor het plannen van een fietstocht. Achter de grens in Wesel, Kleve en Viersen kopiëren de Duitsers dit uitstekende systeem om toeristen aan te trekken.

Veel van mijn tochten gaan door dorpen, steden, bossen, over velden en weiden, langs kanalen, rivieren en meren. Futuristische wolkenkrabbers in de steden wisselen elkaar af met kleine, smalle, traditionele huizen. Ik herinner me nog aan mijn vakantie met mijn ouders in Katwijk en Noordwijk toen ik jong was. Wij huurden altijd een kamer in een huis met een smalle steile trap. Later, wanneer ik in Zuid-Amerika werkte, heb ik huizen zoals deze in kleur in Curaçao (Caribisch gebied), en Olinda, een dorpje van Nederlandse emigranten dichtbij Recife in Brazilië, gezien. 

Met het eerste uitgebreide ontbijt boden ons de gastheren in Katwijk chocolade- en vruchtenhagel aan. Toen kenden wij dat niet. Sindsdien hebben wij dat bij elk ontbijt genoten. We hebben ook moeten leren dat men in Nederland `s middags luncht en ´s avonds de hoofdmaaltijd is. In Duitsland is het andersom.

Ik heb twee banen als vrijwilliger in Nederland en één in Duitsland. Elke bezigheid in Nederland begint met een kopje koffie. Wat leuk! In Duitsland is er geen koffie, ook niet tijdens pauzes. Als je dat wilt, moet je de koffie meebrengen. Met de koffie heb je tijd om een beetje te praten met je collega`s. Dan leer je ze beter kennen. Tutoyeren is normaal. Nederlanders zijn gezellig, vrijer in de omgang met andere mensen en niet zo formeel.

Nederlanders eten lekkere taarten. Elke koffiehuis heeft een heerlijke appeltaart met slagroom. Meestal kan je geen andere taart bestellen; er is geen andere. 

Nederland is een waterland met de zee voor de kust, met meren, rivieren, kanalen, grachten, bruggen en sluizen. De beste wateringenieurs van de wereld vind je in dit land.

Nederland is een prachtig land. Oude kerken, aanzienlijke stadhuizen, middeleeuwse kastelen, interessante hanzesteden, actieve molens, het lage land met weilanden met runderen, schapen en paarden, met velden en bossen trekken de bezoekers aan. 

Nederlands is een mooie taal. Zoals bij het Duits is de oorsprong Germaans. Daarom zou het voor een Duitser gemakkelijk moeten zijn om Nederlands te leren. Maar na het begin wordt elke dag moeilijker. Bijvoorbeeld: Hetzelfde woord schrijft je eens met één klinker en een andere keer met twee klinkers: cultuur – culturen; brood – broden; veel – vele; weet – weten. Zie ook de wijziging van s naar z in hetzelfde woord zoals huis – huizen. Daar is nog de wijziging van f naar v in brief – brieven. Soms moet je de magische formule „t´ex-kofschip“ gebruiken, om te weten of een woord op d of t eindigt. En er zijn nog de problemen met „de- en het-woorden“.

Naar het voorbeeld van de gebroeders Grimm en H.C. Andersen hebben Eelke de Jong en Hans Sleutelaar (Bron: Zie haar boek „Alle Sprookjes van de Lage Landen“) sprookjes met oorspronkelijk karakter verzameld. Bovendien voorziet een groot aantal auteurs in de behoeften van jongeren en volwassenen. 

In de schilderkunst kennen wij grote namen zoals: Jeroen Bosch, Pieter Brueghel, Jacob Cornelisz, Rembrandt van Rijn, Frans Hals, Johannes Vermeer, Cornelis Troost, Vincent van Gogh, Rogier van der Weyden enz. ( Bron: O. ter Kuile: 500 jaar Nederlandse Schilderkunst). Niet alleen Nederlanders zijn er blij mee.

Van hiërogliefen naar boeken

Veel boeken vindt je in het literair café: gekocht, gedoneerd, vergeten, informatief, wetenschappelijk, onderhoudend, grappig, treurig, religieus, seculair, Nederlands, buitenlands, romans, gedichten enz. Boeken hebben letters nodig. En geen boek zonder schrift. 

In de geschiedenis van alle volkeren en stammen begint de traditie zonder schrift. Ouders vertellen wetten, regels, geloof, evenementen, vonnissen aan hun kinderen. Jongeren leren mondeling en nemen de cultuur over door luisteren, meedoen en imiteren. Zelfs nu zijn er culturen in het Amazone gebied en andere plaatsen ver van de civilisatie waar een schrift onbekend is, te vinden.

Op een gegeven moment beginnen de mensen te tekenen, meestal mensen en dieren. Beelden zijn het begin van het schrift.

Van het oude Egypte kennen we veel teksten in vorm van hiërogliefen. Het was moeilijk om dat 3000 jaar v.Chr. te lezen. Ook de overheid in de steden maakte gebruik van de hiërogliefen, bijvoorbeeld voor de boekhouding van de voorraad.

Een innovatie verlichte de schriftelijke communicatie. Ieder letter in een woord heeft een klank. Neem bijvoorbeeld de woorden en beelden hark, ui, inktvis, stier. De klanken van de eerste letters vormen het woord HUIS. Het doel van deze schrift is klanken afbeelden, niet dingen. Met deze methode van beelden kan je woorden in ieder taal schrijven.

De volgende innovatie: De Egyptenaren vereenvoudigden de beelden. Zij vergemakkelijkten het schrijven en de communicatie op papyrus, een goedkoop materiaal. Het beeld „Van de stierkop in het oude Egypte naar de A“ laat de ontwikkeling van deze letter zien. Het is de eerste letter van het Griekse alfabet: alpha, de tweede is beta. Onze alfabet met de bekende latijnse letters noemen we ook alfabet.

De eerste alfabetschrift ontstond rond 2000 v.Chr. in Egypte. De Feniciërs zijn het eerste volk die dat alfabet regelmatig gebruiken. Dus noemen ze dat Feniciërs schrift. Dat is ook de oorsprong van verschillende alfabeten zoals Grieks, Latijns, Arabisch, Hebreeuws enz.

De Feniciërs verspreiden hun schrift rond de Middellandse Zee. 700 v.Chr. nemen de Latijnen of Romeinen het alfabet over. Nog vandaag heet dat het Latijnse alfabet. 

Tot op heden zijn er steeds kleine veranderingen in het schrift. Die betreffen het schrijven in hoofdletters of kleine letters, bijzondere vormen van spelling, het samenschrijven of scheiden van woorden, de integratie van nieuwe letters zoals: ë en ï in het Nederlands, ä, ö, ü, ß in het Duits; ñ in het Spaans; ê, ã, õ in het Portugees.

30 v.Chr. veroveren de Romeinen Egypte en beheersen ook de handel met papyrus. Al gauw hadden ze in Rome veel bibliotheken en boekwinkels. Slaven waren de schrijvers die de geleerden kopiërden. De opleiding van de inwoners van Rome was hoog. Daarom hadden ze veel boeken. 

300 n.Chr. vervalt het Romeinse Rijk. Rome verliest de toegang tot de papyrus, de boeken worden duurder, de opleiding gaat terug, papier is nog niet op de markt. De mensen schrijven nu op de geprepareerde huid van dieren. Het duurt één jaar en kost zoveel als een huis om een boek te kopiëren. De eerste papierproductie is in het jaar 1056 in Xátiva, Spanje. 

Ook op papier waren de boeken kunstwerken. Zie b.v. het blad uit het leerboek voor Prins Maximiliaan. In de letter P zit de prins bij zijn leraar. Dit is hoe het Latijnse Pater Noster begint. Daarboven staat het Latijnse alfabet. Bloemen, ornamenten enz. sieren de tekst.

Een belangrijke innovatie in de Latijnse schrift is de intregratie van de Arabische getallen in de 10de eeuw. De Romeinen schrijven de Latijnse getallen: I, II, III, IV, V, X, L, C, D, M. De Arabieren brengen de ons bekende getallen 1, 2, 3 enz. Daarmee hebben ze onze rekencultuur verbeterd. Kijk de optelling met dezelfde Latijnse en Arabische getallen. Ook de nul is een Arabisch kadootje.

Met Gutenberg in Mainz begint een nieuwe tijd. In 1448 drukt hij een boek in slechts twee weken en vervangt schrijvers door de drukpers. Papier is nu ook beschikbaar. Boeken worden goedkoop en bereiken alle mensen, rijke en minder rijke. Voordeel voor het drukken is dat de letters in het Latijnse alfabet te scheiden zijn. Dat is niet zo in de Arabische taal. Daar zijn de letters meer in handschrift verbonden, ook gedeeltelijk hoger of lager. Daarom heeft het drukken van de Koran in de eerste 200 jaar na Gutenberg niet zoveel succes als het drukken van de bijbel.

Zonder hiërogliefen, schrift en drukpers zouden we geen boeken in openbare en particuliere bibliotheken hebben. Vanaf Gutenberg tot nu ondersteunen de boeken onze cultuur. Gebeurtenissen als inquisitie, boekverbranding en wereldoorlog hebben dat niet verhindert. En wij moeten blij zijn dat we kunnen lezen. Keizer Karel de Grote kon dat nog niet.

 Bron van de data: Wikipedia, Google    Rhede / Bredevoort, 20.07.2022

Advertenties doorgeplaatst vanuit Elna