
‘Na 53 jaar voel ik dat de Achterhoek mijn thuis is en was’
MaatschappijLICHTENVOORDE-“Ik heb een vurige wens, en ik hoop dat de Elna/Achterhoek nieuws mij kunnen helpen.” Zo begint een bijzonder verzoek in onze mailbox van mevrouw Riet Vonk (76) uit Lichtenvoorde, en eindigend met ….“Drie 3 weken geleden heb ik zelf de diagnose NEC Kanker gekregen. Een heel zeldzame kanker die niet te genezen is. Daarom hoop ik dat ik mijn wens in vervulling kan laten gaan. Om de inwoners en cliënten te bedanken voor de mooie grandioze tijd in de Achterhoek. Na 53 jaar voel ik dat de Achterhoek mijn thuis is en was.”
Door Henri Walterbos
We brachten een bezoek aan Riet om te kijken of we haar ‘vurige wens’ in vervulling kunnen te laten gaan, onder het mom ‘kleine moeite, groot plezier.’
Geboren in de stomerij
“In 1972 zijn mijn man Joop en ik naar Lichtenvoorde gekomen. Mijn man kwam uit de wasserij en ik uit de chemische reiniging. Ik was 23 en mijn man 32, we waren net getrouwd. In Amsterdam was woningnood dus we wilden weg. Toen kwam er een man bij me in de zaak die zei ‘wil je niet een zaak beginnen in Lichtenvoorde, chemische reiniging?’ Dat was Chemische reiniging Everclean, op de Markt in Lichtenvoorde. Die kans pakten we met beide handen aan, want ja, ik ben als het ware geboren in de stomerij, een familiebedrijf. Dat was de trots van mijn opa.”
‘Mijn tante zei: Lichtenvoorde is een hartstikke leuk dorpje, hartstikke vriendelijke mensen’
Een mooie kans, maar wel aan de andere kant van Nederland. “We zijn eerst wezen kijken. Gelukkig had ik een tante in Terborg wonen, want wij hadden nog nooit van Lichtenvoorde gehoord. Hebben we eerst op de kaart gekeken waar het lag. Wij vroegen ons af wat voor gat dat was, om het maar zo te zeggen,” lacht ze, “maar mijn tante zei ‘goh, ik heb nog ergens als huishoudster in Lichtenvoorde gewerkt om op kinderen te passen. Het is een hartstikke leuk dorpje, hartstikke vriendelijke mensen.’ Nou ja, dan ga je nadenken, het was 1972, wat is de toekomst? We zijn gaan kijken, zijn zo ontzettend goed opgevangen. In Amsterdam ken je niet eens je eigen buren, en dan kom je hier, iedereen zegt je gedag, of ze je kennen of niet. En hier kom je achterom, niet via de voordeur. We kwamen eerst in loondienst, hadden de diploma’s. We hadden geluk dat we direct voor de leeuwen werden gegooid, in contact kwamen met de mensen. Binnen een maand werden we op handen gedragen, en dat is altijd zo gebleven. Na twee maanden wilden we al helemaal niet meer terug naar Amsterdam. Onze twee dochters zijn hier geboren. Zij praten zo plat als een dubbeltje, zijn echte Achterhoekers. We hebben het hier altijd fantastisch gehad.”
Totaal andere wereld
De verhuizing naar Lichtenvoorde herinnert ze zich nog goed. “Ik kwam uit Amsterdam, mijn wereld hield zo’n beetje op bij het Ajax-stadion. Mijn man kwam uit Diemen, een boerendorp. Toen ik in de verhuiswagen zat en we steeds dichterbij Arnhem kwamen, hoe stiller ik werd. Ik had van mijn leven nog nooit een koe gezien, laat staan een schaap. Ik dacht ‘oh god, oh god, waar begin ik aan?’ Hoe meer we deze kant opkwamen hoe meer boerderijen, landerijen. Een totaal andere wereld.”
Helaas ging de zaak waar Riet en Joop in loondienst kwamen na een half jaar al failliet. “We hadden alles in Amsterdam achtergelaten, hadden geen huis of niks. Toen zijn we bij boer Wesselink ingetrokken, in de Schatbergstraat. Hij had de hooizolder tot appartementen verbouwd. Daar hebben we het fantastisch gehad. Helemaal zo,” steekt ze haar duim op. “Ze mogen je hier of ze mogen je niet. Daar hebben we zo’n mazzel mee gehad, dus zijn we hier blijven hangen.”
Dialect
Riet en Joop namen de zaak op een gegeven moment over met de nieuwe naam, Multicleaners. “Het grootste probleem was het dialect, daar verstonden we helemaal niks van,” buldert Riet van het lachen. “Dan had je hier de kerkdorpen, zoals Zieuwent, daar slikken ze alle woorden in, maar we werden ontzettend geholpen. Daar waren we bij inwoonden daar kregen we een beetje les van, en hoe we de mensen moesten benaderen. Ze stonden regelmatig te lachen, en werd je een beetje in de maling genomen,” lacht ze weer. “Ach, je moet je gewoon een beetje aanpassen, maar dat moet je overal. Na 53 jaar spreek ik nog steeds geen woord dialect maar kan ik wel alles verstaan, al hoor je af en toe nog best wel eens een woord waarvan je denkt ‘wat is dat dan?”
Familie die over de vloer kwam in de Achterhoek verstond nooit iets van het dialect. “Ik heb de tijd meegemaakt van de opkomst van Normaal. Ik ben er nooit geweest maar vond het wel fantastisch. De trots die zij hebben over de Achterhoek die heb ik ook helemaal overgenomen. Die Achterhoekse mentaliteit is zo fantastisch. Heerlijk!”
Stichting Samen Sterk
In 1990 stopten Joop en Riet noodgedwongen met de zaak. “We konden geen lening meer krijgen toen de machines kapot gingen. Daar sta je dan. Toen is mijn man bij slachterij Vos in Lievelde gaan werken. In 2000 werd mijn man ziek en overleed aan kanker. Toen heb ik in 2005 een stichting opgericht voor begeleiding van kankerpatiënten en naaste familieleden, Stichting Samen-Sterk Regio Achterhoek, met standplaatsen in Eibergen, Neede, Varsseveld en Lichtenvoorde. Ik heb toen twee weken een soort van stage gelopen bij de Vrije Universiteit in Amsterdam. De mensen van hier waren wat schuw om daar naar toe te gaan. Toen kon ik ze het een en ander vertellen van hoe het daar ging, als een stukje hulp.”
‘Het grootste probleem was het dialect, daar verstonden we helemaal niks van’
De stichting werd haar leven, tot het moment dat voor haar het noodlot toesloeg. “Daar heb ik ook zo’n mooie tijd mee gehad, maar daar moest ik 10 jaar geleden noodgedwongen mee stoppen en kon ik de stichtingcliënten niet meer begeleiden. Toen ik bij Scapino was hadden ze daar wateroverlast en viel ik over een stapel met tapijttegels. Toen heb ik mijn hele rechterkant verbrijzeld en moest ik ophouden met de stichting. Dan staat je leven wel even helemaal op kop. Dat vond ik heel erg moeilijk.”
De moed liet ze echter nooit zakken, mede door haar fijne omgeving waarin ze woont, zo vertelt ze meerdere keren. “De bevolking heeft me geholpen me staande te houden.” Nog steeds staat ze positief in het leven, ondanks alle tegenslagen en daarbovenop nog dat ze als donderslag bij heldere hemel 4 weken geleden zelf de diagnose NEC kanker kreeg, met een diagnose december dit jaar. “Het is een hele zeldzame kanker, maar 1000 mensen in Nederland hebben het. Een grote klap in mijn gezicht. Ik heb mijn hele leven al nierstenen vanwege slechte nieren. Ik liet ze weer vergruizen bij de uroloog die voor de zekerheid een scan liet maken. Toen hebben ze uitzaaiingen in de lever gezien. Dat is niet te genezen. Het is heel vreemd, er is bij deze ziekte geen tumor. Ondertussen heb ik de eerste chemokuur al gehad. Het is verschrikkelijk, maar iedere strohalm grijp je aan en hoop je dat het wat doet. Ik ben positief ingesteld, wilde 100 worden, maar dat zal er niet inzitten, maar ik blijf positief.”
Kleinkinderen
Mijn dochter zag er heel erg tegenop het tegen haar kinderen van 12 en 14 te vertellen. “Ik zeg ‘oh dat fixt oma wel effe.’ Er werd gezegd dat oma niet meer beter kon worden, ik ben tussen hen in gaan zitten en heb verteld over het spookje Casper, zoals ik vroeger ook deed. Ik heb gezegd ‘spookje Casper zit nu in oma’s buik’. Het spookje maakte je bang, maakte je vrolijk, tikte op je schouder en was zo weer ineens verdwenen. Ik zeg ‘Dat is bij oma ook zo’. Toen begonnen ze te huilen. Ik zeg ‘dat gaan we niet doen.’ Ik zeg ‘je moet sterk wezen, zorg dat je een goede opleiding hebt, dan gaat oma je helpen, kom ik bij je en steun ik je wel, als oma er niet meer is.’ Ik heb zoveel geleerd van de mensen die we met de stichting hielpen. Patiënten en mensen er omheen zijn wel eens boos dat het hen treft, maar met je boosheid los je niets op.”
Optimistisch
Wat er allemaal nog op haar pad komt weet ze niet maar één ding weet ze wel. “Tot het eind wil ik optimistisch blijven en alles doen wat ik nog kan. Ik kan nu alles nog, ja je merkt dat je moe wordt en je haar gaat uitvallen. Je moet gewoon vrolijk blijven en sterk in je schoenen staan. Ik heb één keer gehuild maar dat ging om een misverstand met mijn dochter.”
‘‘Stadse mensen worden nooit een Achterhoeker’, zeggen ze wel eens, maar ik hoop toch dat ik het een beetje geworden ben’
Dan nog haar vurige wens. “Iemand heeft een keer mijn computer gecrasht en ben ik al mijn foto’s kwijt, vanaf de opening van de zaak, met mijn stichting, ook in de Elna. Bij een andere krant ook, maar daar kreeg ik steeds nul op het rekest. Ik wil graag plakboeken maken voor mijn kinderen en kleinkinderen, zodat ze de herinneringen op kunnen slaan. En ik wil graag de Achterhoek bedanken. Er werd altijd gezegd ‘Je moet wel aarden om erbij te horen’, je moest getolereerd worden, moest je aanpassen. Omdat je de zaak had werd je direct geconfronteerd met de bevolking, je had rechtstreekse contacten. Als je vriendelijk blijft en de klant is koning, als je dan geaccepteerd wordt, dan is dat een hele eer.”
Iets meegeven
Ook in het sociale leven waren Riet en Joop betrokken. “Regelmatig iets met de zakenlui, met carnaval, met alles deden we mee. Ik woon in dit appartementencomplex aan de Esstraat nu 7 jaar, maar hier wonen ook mensen die ik nog ken vanuit de zaak.”
Graag wil ze de Achterhoek en Lichtenvoorde iets meegeven. “Hou de spontaniteit die jullie altijd hadden, hou dat dorpse. Ze zeiden vroeger ook altijd ‘stadse mensen worden nooit een Achterhoeker’, maar ik hoop toch dat ik het een beetje geworden ben. Ik voel me meer een trotse Achterhoekse dan een trotse Amsterdamse.”
Oproep
In verband met verloren gegaan archief heeft de redactie van Elna Riet niet kunnen helpen aan materiaal over Multicleaners. Heeft u toevallig nog beeldmateriaal, oude advertenties of anderszins? Neemt u dan contact op met redactie@elna.nl.. Bij voorbaat dank!








