Een beeld uit de presentatie van Jan Stronks over erfvogels, waarvan de steenuil er één is. Bezoekers van zaal Overkamp zijn vol aandacht. Foto: Sander Grootendorst

Een beeld uit de presentatie van Jan Stronks over erfvogels, waarvan de steenuil er één is. Bezoekers van zaal Overkamp zijn vol aandacht. Foto: Sander Grootendorst

Boekje over veertig jaar gedeelde liefde voor de steenuil

Natuur

VRAGENDER – Met de presentatie van een boekje over de steenuil brachten Ronald van Harxen en Pascal Stroeken twee avonden achtereen in een afgeladen volle zaal Overkamp in Vragender een feestelijk en vermakelijk eerbetoon aan de vogelsoort die ze al veertig jaar nauwlettend en liefdevol bestuderen.

Door Sander Grootendorst

Dat doen ze met grote inzet in naam van de Steenuilenwerkgroep Oost-Achterhoek. Het laat zich raden dat het een arbeidsintensieve bezigheid is: zo brachten ze naar eigen schatting al die jaren zo’n vijfduizend uur door op de diverse erven waar in hun werkgebied de uiltjes leven. De gastvrije menselijke erfbewoners – dat zijn er wel een paar honderd – en alle anderen die op een of andere manier aan het onderzoek hebben bijgedragen, waren voor de presentatie uitgenodigd. Aandachtig luisterden ze naar het informatieve verhaal van het onderzoeksduo, cabaretesk doorspekt met vrolijke noten: de werkgroep is veertig jaar duidelijk met veel plezier in de weer geweest.  

Steenoel’n, bu’j dee kwiet dan? Zo heet het boekje dat na afloop aan alle bezoekers gratis werd uitgedeeld. Van Harxen: “Voor de niet-Achterhoekers onder ons: Het betekent: ‘Steenuilen, ben je die kwijt dan?’ Het was in een van de eerste jaren van ons onderzoek. We hadden wel een beetje een beeld van waar in het gebied de steenuilen zaten. Dat wil zeggen: op welke erven. Maar niet in welk schuurtje of in welke boom. We gingen dus gewoon bij de erven langs om te vragen of de bewoners dat wisten. Ik zie nog de argwanende blik van die mevrouw toen ze de deur opendeed en twee rare snuiters zag staan. Wij informeerden naar de steenuilen. Ze zei: Steenoel’n, bu’j dee kwiet dan?”

Muizen, muizen, muizen
Aan de hand van foto’s op een groot beeldscherm kreeg het publiek van alles te weten over steenuilen en over mensen die van steenuilen houden. Over het voedsel van zowel de vogels (“muizen, muizen, muizen”) als van de onderzoekers (naar eigen berekening in totaal 175 kilo patat). De steenuilen hadden een topjaar in 2014, omdat er toen enorm veel bosmuizen rondliepen. Je zag een foto van een uilskuiken op een nest, bedolven onder de door de ouders aangevoerde dode muizen. Een hele opgave, maar de moeite waard om door te bijten: “Hoe meer voedsel, hoe sterker de jongen, hoe groter hun overlevingskans.”

Het ging in Vragender ook over mensen-, uilen- en muizenmannetjes en vrouwtjes: “Uiterlijk kun je bij steenuilen alleen in de broedtijd zien met welk geslacht je van doen hebt: de vrouwtjes hebben dan een kale plek op hun buik, zodat ze direct de warmte kunnen doorgeven aan de eieren – veren zouden isolerend werken. Na de broedtijd groeien de veren weer aan.”

Fity-fifty
Van elk uiltje dat ze in handen hadden, stuurden de mannen drie veertjes op naar het laboratorium in Wageningen: daar werd bepaald van welk geslacht de vogel was. De eindstand: “Ongeveer fifty-fifty.”
Bij de prooidieren waren de mannetjes in de meerderheid. “Daar kun je met het blote oog het verschil wél zien. Terwijl vrouwtjesmuizen met hun jongen in een holletje zitten, gaat de mannetjesmuis op voedseljacht: een risicovol leven, met steenuilen in de buurt. Ze vormen dus vaker een prooi.”

Van Harxen en Stroeken hebben heel wat toeren uitgehaald om bij soms vrijwel onbereikbare nesten te kunnen komen. Die kunnen in knotwilgen zitten, onder dakpannen en zelfs onder golfplaten. Langzamerhand maakten de uilen steeds vaker gebruik van nestkasten. Die worden sinds een jaar of dertig geleverd door ‘kastentimmerman’ Hennie Esselink. De inmiddels 92-jarige nam donderdag het eerste exemplaar van het boekje in ontvangst. Zo’n driehonderd kasten heeft hij getimmerd en gaat nog wel even met zijn werk door, zegde hij toe.
Woensdag ging het eerste exemplaar naar ‘hoofd technische dienst’ Hugo van Wamelen, de man die de kasten op daartoe geschikte locaties plaatst. “Zonder Hugo zou menige kast al uit de boom of van de gevel zijn geflikkerd.”

Erfvogels
De steenuil weet zich in de Oost-Achterhoek nog redelijk te handhaven, met veel dank aan de actieve werkgoep en de erfbezitters. Voorafgaand aan het verhaal van de beide uilenvrienden had Jan Stronks uit Ratum, de al net zo bevlogen natuur- en landschapsspecialist, het publiek meegenomen op een Oost-Achterhoekse fotoreis langs tal van typische erfvogels, van tjiftjaf tot boerenzwaluw en van zwarte tot gekraagde roodstaart. Met sommige soorten gaat het best goed, met andere minder en met een aantal (vooral de weidevogels) ronduit slecht. Stronks vertelde ook over mogelijkheden om bij de inrichting van landschap, erf en tuin de vogels een handje te helpen. Het is eigenlijk maar een kleine moeite om bij de inrichting van je tuin rekening te houden met vogelwensen. Iets wat de in de zaal aanwezige erfbewoners allemaal al doen. Ze willen de steenuilen en de andere vogels die mede hun erven bevolken, geen van alle kwiet.

De auteurs Pascal Stroeken (links) en Ronald van Herxen delen hun boekje na afloop van de bijeenkomst uit aan alle aanwezigen. Foto: Sander Grootendorst
De auteurs Pascal Stroeken (links) en Ronald van Harxen. Foto uit 'Steenoel'n, bu'j dee kwiet dan?'

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant