De presentatie van het boek 'De 23 geallieerde piloten begraven in Lichtenvoorde' vond plaats op de oorlogsbegraafplaats van Lichtenvoorde. Geheel rechts auteur Ronald Bonsen. Foto: Janette van Egten

De presentatie van het boek 'De 23 geallieerde piloten begraven in Lichtenvoorde' vond plaats op de oorlogsbegraafplaats van Lichtenvoorde. Geheel rechts auteur Ronald Bonsen. Foto: Janette van Egten

“Het doel was de mannen een gezicht te geven, om te laten zien wat ze hebben meegemaakt”

LICHTENVOORDE - Het is dit jaar tachtig jaar vrijheid in Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog en in Lichtenvoorde wordt het gevierd met speciale aandacht voor 23 omgekomen vliegeniers. De ‘jongens’, zoals historicus Roland Bonsen ze noemt in zijn onlangs gepubliceerde boek, waren allen geallieerde piloten en bemanningsleden van bommenwerpers tijdens de oorlog. En allen zijn ze omgekomen toen hun toestellen neerstortten in Oost Gelre: “Ik heb geprobeerd hun laatste missie te beschrijven, hoe het moet zijn geweest om die nacht te vliegen.”

Door Guus Helle

Het is niet de grootste of bekendste begraafplaats van Lichtenvoorde, maar wel een met veel betekenis. Het bordje bij de ingang leest ‘Oorlogsgraven van het Gemenebest’: geallieerde soldaten uit de Tweede Wereldoorlog hebben hier hun laatste rustplaats gevonden. De witte grafzuilen steken scherp af tegen het groen van de rest van de rustplaats. Bonsen, lid van Stichting 4 en 5 mei Lichtenvoorde en initiatiefnemer achter het boek, komt er regelmatig: “Ik liep hier eens met mijn kinderen en toen hadden we het erover: ‘Verrek, hoe komen die jongens hier?’”

De 23 piloten vlogen in bommenwerpers, door het midden van de nacht naar Duitse steden als Münster, Bochum en Gelsenkirchen. Het doel: vernietiging van fabrieken, havens en treinstations om zo de Duitse oorlogsmachine te verstoren. De bemanningsleden maakten deel uit van vier verschillende crews en zijn allen omgekomen toen hun toestellen neerstorten in Oost Gelre. Tussen 28 januari 1942 en 26 juni 1943 vlogen ze hun laatste vlucht. 

“Ze staan bij de meeste mensen bekend als de 23 Engelse piloten”, zegt de historicus, “Maar als je beter kijkt dan snap je dat het niet alleen piloten waren, maar ook andere bemanningsleden, zoals navigator en bommenrichter.” En ze komen niet allemaal uit Engeland, maar ook uit Australië en Canada. “Geen Amerikanen, deze werden in de regel teruggebracht naar hun thuisland of liggen begraven op de grotere militaire begraafplaatsen.”

De nachtjacht
De vier vluchten maken deel uit van de luchtoorlog die in die jaren woedde: “Als we kijken naar deze periode, kijken we naar de ontwikkeling van radarsystemen”, legt Bonsen uit. De bommenwerpers vlogen richten hun doelwitten en werden op Duitse radarsystemen ontdekt: “Vaak wisten de Duitsers de hoogte niet, maar wel de richting en de snelheid waarmee de geallieerden kwamen.” De Duitsers stuurden vervolgens zogeheten nachtjagers de lucht in om de bommenwerpers te onderscheppen: “Die waren vrij berucht: tweemotorige Messerschmitts, een vliegtuig dat zwaar bewapend is en in korte tijd een hoop vuurkracht geeft.”

In de eerdere jaren was er ondersteuning van zoeklichten, maar later werd de ‘dunkle Nachtjagd’ ontwikkeld: “Met behulp van twee radarsystemen wisten ze precies waar de bommenwerper en het Duitse vliegtuig zaten en konden ze in het donker gaan schieten.” Ze probeerden zogenaamd de geallieerde bemanning een kans op overleven te geven door op de vleugels te schieten: “Dan hebben ze nog een kans eruit te springen. Maar waar de Duitsers daadwerkelijk voor uitkijken zijn de bommen aan boord. Als je daar op schiet dan ontploft het hele toestel en ben je zelf ook de pineut.”

Verzoening
In zijn boek beschrijft Bonsen de vier geallieerde bommenwerpers en diens bemanning die in Oost Gelre zijn neergestort. Hij gaat uitgebreid in op de missies die ze vlogen, de bijzondere omstandigheden van de nachtvluchten en de eigenschappen van de verschillende toestellen. Speciale aandacht heeft hij voor de bemanningsleden, op één na allemaal jongemannen tussen de 19 en 27 jaar oud: “Het doel was de jongens een gezicht te geven, om te laten zien wat ze hebben meegemaakt.”

Eén van hen heeft een wel heel interessant verhaal, aldus de historicus: Joseph ‘Joe’ Jacobson, een joodse jongeman uit Canada. “Hij voelde zich geroepen om een bijdrage te leveren. Zijn familie heeft helemaal uitgezocht hoe zijn leven eruit zag en zijn ouders zijn na de oorlog meerdere keren ter herdenking in Lichtenvoorde geweest.” 

Ook de Duitse piloten die in deze jaren zijn omgekomen hebben een plek in het boek: “Voor sommigen zal het een controversiële keuze zijn, waarom geef ik aandacht aan de vijand?”, zegt Bonsen, “Maar ook deze jongens hadden geen keuze. Een enkele zal mogelijk een fanatieke nazi zijn geweest, maar de meesten waren opgeroepen en hadden toevallig de eigenschappen die ze tot goede piloten maakten.” Zoals goed zicht in het donker, voor de nachtvluchten. 

Bonsen heeft het Duitse verhaal meegenomen in het kader van verzoening, één van de thema’s van 4 en 5 mei dit jaar: “80 jaar vrijheid geeft aandacht aan wat er in het grensland is gebeurd en daar hoor het Duitse verhaal ook bij.” 

Grasduinen
De historicus is de archieven ingedoken om te achterhalen wat er precies is gebeurd tijdens de vluchten. Zo heeft de Royal Air Force van Engeland en Australië veel informatie: “Heel veel archieven zijn ontsloten en gedigitaliseerd. Al heb ik niet van alle jongens foto’s kunnen vinden. Daarvoor had ik mogelijk naar de landen zelf moeten reizen.”

Ook heeft hij hulp gekregen uit de Achterhoek zelf. Peter Monasso van het AVOG Crashmuseum in Lievelde heeft vanuit hun archief waardevolle informatie aangeleverd: "Ze hebben veel literatuur, er is zoveel geschreven over de luchtoorlog.” Ook had Theo Leemreize een rol bij het tot stand komen van het boek. Hij is een zoon van verzetsstrijder Hendrik Leemreize en ook lid van Stichting 4 en 5 mei Lichtenvoorde.

Verzet
Het Lichtenvoortse verzet heeft in dit boek maar een kleine rol, maar het volgende boek waar Bonsen en de 4 en 5 mei-stichting aan werken zal dit juist in de schijnwerpers zetten: “Het gaat hier natuurlijk om omgekomen piloten en bemanningsleden. Er zijn ook velen die een crash wel hebben overleefd en door het verzet zijn weg gesmokkeld.” Deze ‘pilotenlijn’ krijgt in een toekomstig boek aandacht.

Ook is een derde boek gepland ‘als er genoeg materiaal is’. Het zal gaan over het Lichtenvoordse verzet als geheel: “Over de onderduikers en andere verzetsdaden. Lichtenvoorde stond in die tijd bekend als ‘Klein Engeland’, door het vele verzet dat hier plaatsvond.”

Het boek ‘De 23 geallieerde piloten begraven in Lichtenvoorde’ is vanaf deze week te koop bij Meneer Kees, Primera en de VVV in Lichtenvoorde, alsmede bij het Nationaal Onderduikmuseum in Aalten. 

Afbeelding
Foto: Janette van Egten
Foto: Janette van Egten
Foto: Janette van Egten
De bemanning van ED596, een van de neergestorte bommenwerpers. Foto: AVOG Crash Museum