Pim te Bokkel:

Pim te Bokkel: "Taal is iets van ons allemaal, de gedichten moeten uit het hoofd van de dichter naar het hoofd van de lezer." Foto: PR

In zijn gedichten laat Pim te Bokkel de lezer zweven

Cultuur

AALTEN/SCHOORL – Oorwurmgevaar! Een liedje kan in je hoofd blijven hangen, maar ook een dichtregel. Of de titel van een gedicht. Van een dichtbundel in dit geval. ‘Even zweven de levende wezens’, zo heet de nieuwste, de achtste, van Pim te Bokkel. Heb je de titel eenmaal ‘binnen’ krijg je hem niet meer weg. Hij blijft rondzweven.

Door Sander Grootendorst

Pim te Bokkel groeide op in de Achterhoek, op landgoed Walfort in Aalten, maar woont inmiddels, samen met vrouw en vier kinderen, in het Noord-Hollandse Schoorl. Het interview met de dichter heeft gemakshalve telefonisch plaats. Te Bokkel vertelt dat de titel hem te binnen schoot  toen hij aan het fietsen was. Alsof de woorden zijn hoofd in kwamen zweven… “Eerst vroeg ik me nog af: Is het niet te veel taalspel? Maar toen ik erover ging nadenken, kreeg het ook betekenis: de tijdelijkheid van het leven zit erin én het ervaren van geluksmomenten. Die dubbelslag vind je in de hele bundel terug.”
Ook als lezer ga je, met die oorwurmzin in je hoofd, al gauw dwarsverbanden zien die je voorheen niet direct in de gaten had. Dat iedere voorbijganger die je tijdens een blokje-om tegenkomt uiteindelijk maar korte tijd op aarde is, gedurende één mensenleven. Dat iedereen als het ware even mag zweven en dan weer uit de wereldgeschiedenis verdwijnt. Of dat je een lammetje bent dat helemaal in het eigen ‘geluksmoment’ opgaat… Te Bokkel citeert: “Een lam/ beleeft het leven zwevend// Het springt/ en vergeet het// Hoog in het zonlicht/ bestaat het vereeuwigd.”
‘Een lam springt’ is het tweede gedicht in de bundel.
Toepasselijk dat het boek uitkomt in de periode dat de eerste lammetjes worden geboren. Te Bokkel, geboren op 21 maart 1983, is dan ook zelf een lentekind.

Berg
‘Even zweven…’ opent met een prozagedicht. Beginzin: “Zonder vader beklom ik de berg.” Te Bokkels vader overleed vorige maand, dat maakt het een zeer persoonlijke zin. Maar je hoeft de beide Te Bokkels natuurlijk niet te kennen of gekend te hebben om de woorden tot je te laten doordringen. Iedereen beleeft ooit het moment dat hij of zij zonder vader verdergaat. Je bereikt de top van de berg alléén en ervaart dat als een nieuw begin. “Vanaf dit hoogtepunt kon ik mijn wereld in één oogopslag overzien. De zon stak nog achter de toppen. De mist trok er traag als rivier door de dalen. Vogels ontwaakten. Alle keuzes lagen voor me.” Tegelijkertijd is het onmogelijk om je de tocht samen met je vader niet (dierbaar) te herinneren: “Eén keer per jaar beklimmen we samen de kliffen. We kijken uit over het land, de mensen op het strand, de zee, de trappen die we met een kind op onze nek hebben betreden, de ruimte die oningevuld is gebleven.”

“Met de titel had ik ook een thema, dat breed genoeg was om de al geschreven gedichten onder te brengen. Als ik een bundel heb afgerond, begin ik daarna altijd ins Blaue hinein weer te schrijven. Langzamerhand kom je erachter wat er daarvan wel en niet bij elkaar past.” Enerzijds bestaat schrijven uit het noteren van ingevingen (zoals die voor de titel), anderzijds komt er “veel puzzelwerk” bij kijken om een samenhang te creëren, een “interne logica”, zegt Te Bokkel. Is hij die eenmaal op het spoor, wil hij “het vaatje helemaal leegtappen. “Tot er niks meer nieuws of beters kan.”
“Het duurde een jaar extra voordat de bundel uit kon komen, dat was alleen maar prettig. Je hebt afstand nodig, je moet de bundel kunnen overzien. Daar ben je zelf niet per se de beste in. De uitgever kijkt met me mee. Die klik heb je nodig. Taal is iets van ons allemaal, de gedichten moeten uit het hoofd van de dichter naar het hoofd van de lezer.”
Mooi beeld: je ziet de poëzie door de kamer zweven.

De functie van poëzie is hierin vervat: “Boven op de berg aangekomen verschaft een gedicht je een nieuw uitzicht, weg uit de chaos waar je meestal in zit. Ook dat is een geluksgevoel, een zweefmoment. En dat wil je met de lezer delen.”

Havezate
Wie overzicht heeft, kan ook terugblikken, en dat doet Te Bokkel in ‘Even zweven de levens’. “Naar de tijd dat we op het Walfort woonden, die oude havezate. We zijn er ooit met de tractor naartoe verhuisd. Mijn vader aan het stuur en alle meubels op de platte wagen geladen, waar ik ook op zat.”
“Voor onze verjaardag kregen we een lammetje. Die konden altijd zo heerlijk omhoog springen, met vier pootjes tegelijk. Ik herinner me dat ik dacht dat ze voor altijd zouden blijven zweven.”

De bundel biedt uit- en inzicht over en op zijn eigen leven, destijds in de natuur van de Achterhoek, nu in de Schoorlse duinen. “Het is een boek dat echt van het begin tot het einde van het leven alles doormaakt. Eén gedicht is bijvoorbeeld gewijd aan het hebben van een vader terwijl je zelf ook vader bent. Het is een heel symmetrisch gedicht geworden, een spiegeling. Bij de presentatie van de bundel heb ik het samen met mijn zoon voorgelezen, allebei de helft. Het heet ‘De vader die er was’: Ik ren rond de wolken / het bosmeer, de spiegel/ en zie mezelf in het/ voorbijgaan voorbijgaan.”

Een zweefmoment voor vader en zoon.

***
Ook poëtisch leren zweven? Ook poëtisch leren zweven? Op vrijdagavond 21 februari geeft Te Bokkel in de Koppelkerk in Bredevoort een lezing en op zaterdagmiddag 22 februari een workshop. Meer informatie: koppelkerk.nl.