Het Achterhoeks Openluchtmuseum. Foto: Mark Ebbers
Het Achterhoeks Openluchtmuseum. Foto: Mark Ebbers

90 jaar levend Achterhoeks boeren-

verleden

LIEVELDE - In Lievelde stap je in het Achterhoeks Openluchtmuseum zo van 2026 het verleden binnen. Tussen authentieke boerderijen, oude werktuigen en vernieuwde presentaties ontdek je hoe het dagelijkse boerenleven in de Achterhoek er vroeger uitzag. Dankzij moderne toevoegingen zoals een audiotour en een mindsetshow voelt die geschiedenis verrassend dichtbij. Het museum viert zijn 90-jarig bestaan en neemt je mee op een tijdreis naar 75 jaar of langer geleden.

Door Mark Ebbers

In 1936 richtte Bernard Weenink het Museum Erve Kots op, dat in 2022 verderging als het Achterhoeks Openluchtmuseum. Nadat de laatste bewoner van Erve Kots, H.J. Kots, overleed, werd Weenink eigenaar van het terrein. Archeologische vondsten inspireerden hem om een museum te beginnen. Hij zag dat de agrarische gemeenschap zoals hij die kende, dreigde te verdwijnen. Met het museum zorgden hij en later zijn zoon Gerard ervoor dat het verhaal bewaard bleef en nog steeds wordt doorverteld.

Vrijwilligers als hart
Vrijwilligers vormen het hart van het museum. Willy Groot Zevert (70), Berry Nales (75) en Wim Hofacker (83, voorzitter van het stichtingsbestuur) zijn nauw betrokken, samen met ruim dertig andere vrijwilligers, allemaal uit de regio. “Elke dinsdag is er een gezamenlijke werkdag,” vertelt Willy. “Maar sommigen zijn hier bijna dagelijks.”

Historische gebouwen en machines
Op het drie hectare grote terrein met meerdere gebouwen is volop te zien en te doen. Zo staan er twee boerderijen: Boerderij Kots en een zogenoemd los hoes - een open woonruimte waarin mens en dier samenleefden. Er zijn historische machines, zoals de rosoliemolen, waarbij een paard via een rad de molensteen aandreef. Uit lijnzaad en koolzaad werd olie geperst, gebruikt voor verlichting, houtconservering en zelfs voor de gezondheid. Ook zijn er een houtzagerij, een klompenmakerij en een smederij. Vrijwilligers geven regelmatig demonstraties, waardoor bezoekers het verleden nog beter kunnen beleven.

Dubbel jubileum
Dit jaar is er sprake van een dubbel jubileum: de stichting bestaat 50 jaar en het museum 90 jaar. “Dat jubileum is de kapstok voor onze activiteiten,” vertelt Willy. “Zoals de bekende Ambachtsdagen, die dit jaar elk een eigen thema hebben.” De eerste, op 30 april, staat in het teken van Van eigen land. Op die dag plant burgemeester Gea Hofstede een boom.
Het museum laat zien hoe zelfvoorzienend boerderijen vroeger waren en hoe de boeren alle mogelijkheden van iets benutten, vertelt Wim. “Bijvoorbeeld met de rosoliemolen, maar ook hoe van zelf verbouwd vlas niet alleen kleding werd gemaakt, maar ook brandstof.”

Levend verleden
Tijdens de themadagen is er een educatieve markt en presenteren verschillende organisaties zich. “Het museum laat zien dat zaken als duurzaamheid en circulariteit vroeger heel normaal waren,” aldus Willy, al werden ze toen wellicht nog niet zo genoemd.
Het museum wil verhalen vertellen bij wat er te zien is. “We zijn geen dood museum, maar een levend museum,” stelt hij. Dat levende geldt zeker ook voor de dieren op het terrein. “En we zijn steeds interactiever, ook buiten de Ambachtsdagen, bijvoorbeeld met een audiotour en een mindsetshow in het welkomsttheater.”
Volgens hem helpt het verleden om het heden te begrijpen. Zo legde het weven op de boerderij de basis voor de latere textielindustrie in de regio, die grotendeels zelf allang weer tot het verleden behoort. “Boeren werden tot weven en andere ambachten gedwongen, omdat de arme zandgrond te weinig opleverde, zeker vóór de komst van kunstmest,” legt hij uit. Berry vult aan: “Vooral in de winter werd er bijgebeund door de boerenfamilies.”

Scholen
Ook voor scholen heeft het museum een belangrijke functie. “We brengen het verleden tot leven voor kinderen, onder meer met ambachtsdemonstraties,” zegt Berry. “En ze krijgen bijvoorbeeld een bolletje wol mee naar huis, zodat ze echt iets tastbaars hebben.” Wim merkt dat veel kinderen later terugkomen met hun ouders of grootouders. Ook de serie theatervoorstellingen vorig jaar, zoals die van het Peertoftheater, bleek een succes.

Want onder de drempel huist de duivel …
Veel woorden, uitdrukkingen en gewoontes vinden hun oorsprong in het oude boerenleven, maken de heren duidelijk: wagenwijd, potstal, ondergeschoven kind en zelfs ‘de bruid over de drempel dragen’. Ze leggen het de bezoekers graag uit. Ook die woorden zijn sporen van een tijd die na 1950 snel verdween. “Toen verdween eigenlijk de typische Achterhoekse boer,” constateert Willy.

Groeiend succes
Het museum kijkt echter niet alleen achteruit. Na een moeilijke periode, onder meer door corona, stijgen de bezoekersaantallen weer. De naamsverandering in 2022 heeft geholpen om het museum sterker op de kaart te zetten als zelfstandige bestemming. Maar het was meer dan een andere naam: de presentatie van het verleden werd vernieuwd en interactiever.
Er is nog genoeg te doen, meldt Wim: “Zo liggen er honderden objecten in depot die nog moeten worden uitgezocht. Er is mede daarom behoefte aan extra vrijwilligers, met name voor de receptie.” Opvallend is dat vrijwilligers uit verschillende omliggende plaatsen komen, maar momenteel nog niet uit Lievelde zelf. Ook die zijn zeker welkom.
"De reacties van bezoekers zijn erg positief," sluit hij af. “Ze waarderen de deskundigheid en vriendelijkheid van de vrijwilligers.”
In het Achterhoeks Openluchtmuseum blijkt het verleden niet voorbij - het ademt, werkt en vertelt.

Vlnr. Wim Hofacker, Berry Nales en Willy Groot Zevert. Foto: Mark Ebbers