Mantelhufters

Er zijn veel mantelzorgers in Nederland, ook hier, misschien wel juist hier, met onze veelgeprezen naoberhulp. Veelgeprezen door onszelf, dat wel, maar goed.
Maar af en toe zijn er ook mantelhufters, ook hier. Zoals hufterige kinderen en hun aanhang. Lees, huiver en erger je.

Een kledingzaak in Groenlo. Een dame op leeftijd koopt kleding. De winkelmedewerkster complimenteert haar met haar keuze. Nee, natuurlijk is ze daar niet te oud voor. De (slecht betaalde) winkelmedewerkster denkt aan de omzet, maar meent het en heeft gelijk.
Een dag later, dezelfde kledingzaak. Een chagrijnige zuurpruim komt kleren ruilen. Het zijn de kleren van haar moeder, de dag ervoor gekocht. Die heeft ze niet meer nodig, zegt dochterlief, en ze zijn veel te kleurig voor haar leeftijd. Mooder moet maar genoeg hebben aan gekleurde geraniums.

Een zorgcentrum in Lichtenvoorde. Een bewoonster krijgt bezoek van haar (schoon)kinderen. Een zorgmedewerker stelt voor dat moeder dagbesteding gaat doen; de bewoonster zelf knapt al op door het voorstel alleen, want ze verveelt zich een groot deel van de dag.
De kinderen vinden dat niet nodig. Bovendien gaat het ten koste van de erfenis, zegt de zoon letterlijk tegen de zorgmedewerker. Zoonlief komt er in elk geval voor uit dat ie een egoïstische oetlul is.

Ik weet niet hoe het daarna is afgelopen met deze twee gevallen, want mijn betrouwbare bronnen werken niet meer op de genoemde plekken. Maar ik hoop dat beide oude dames inmiddels in gemeenschap van goederen zijn getrouwd met 25-jarige toyboys aan wie ze alles nalaten. Mooi zou zijn dat die toyboys ook nog eens slimme juristen zijn die zoveel mogelijk van de verplichte kindsdelen af weten te snoepen.

Ik ga nu zelf even afkoelen en mantelzorgen op een terras, met mate. We nemen wat dure versnaperingen en hopen dat we het mantelhufternageslacht tegenkomen, het liefst met een doosje van de Voedselbank.