Open brief over iHub in Harreveld

Aan: Burgemeester
G. Hofstede en wethouders Oost Gelre
Onderwerp: Ongeloof en verbijstering
Van: Sonja Wolters
Datum: 06-06-2026

In deze brief wil ik mijn grote zorgen uiten over de plannen, die er zijn voor het terrein van de iHub in Harreveld. De directe aanleiding om deze brief te schrijven is de uitnodiging voor een kopje koffie met de burgemeester. Ongetwijfeld bedoeld als een vorm van participatie.

Toen u het voorstelde, vroeg ik u ‘met welk doel’? Uw antwoord was ‘elkaar leren kennen en verbinden’. In principe natuurlijk een nastrevenswaardig doel en toch vraag ik mij dan af: ‘welk doel zit daar weer onder?’
En dat heeft alles te maken met de wijze waarop dit proces verloopt.
Als het om participatie gaat is de eerste zin op de website van de Rijksoverheid: “beleid begint met luisteren.” En dus voelt het voor mij als ‘mosterd na de maaltijd’. Als een ‘toneelstukje’ voor de bühne zonder echte bereidheid om ons te horen, want dan zou u het vooraf gedaan hebben en met alle opties nog open. En het voelt alsof het al ‘in kannen en kruiken is’.

Ongeloof en verbijstering
Sinds 6 mei is er sprake van ongeloof en verbijstering aan mijn kant. Hoe kan een Gemeente, iHub en een COA überhaupt in overweging nemen om een centrum van het COA naast een jeugdgevangenis te plaatsen, tegenover een basisschool aan een straat waar al 10 jaar lang verkeersproblemen heersen. Twee grote maatschappelijke problemen in een dorp van 1300 inwoners.

Dat het overwogen wordt, is mijns inziens al niet te rechtvaardigen en wel om de volgende redenen:
- Trauma
- Leefbaarheid nu en leefbaarheid in het aankomende decennium
- Werkelijk verbinden; ‘elk mens telt’

Trauma
Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik van mensen houd, met mensen werk en daarbinnen vaak met mensen met (forse) trauma’s. En mijn ervaring is dat er maar zelden een quick fix is als het om trauma verwerking en herstel gaat.
De jongens, die eventueel geplaatst gaan worden in het gesloten gedeelte van de iHub, hebben in hun leven te maken gehad met trauma’s is mijn vooronderstelling, want niemand kiest vrijwillig voor criminaliteit. Helaas zijn zij wel een grens over gegaan. En natuurlijk verdient elk mens - en zeker een jong mens - een tweede kans. Maar niet meer in Harreveld.

Moeders met kinderen (zoals het ons nu voorgesteld wordt) die naar Nederland afreizen, komen om het beter te krijgen of dat nu vanuit veiligheid of financieel oogpunt is. Wat hun motief is, zo’n reis maak je niet zomaar. Men laat huis en haard niet achter voor kleine problemen: wederom trauma dus.
Al ruim 75 jaar, als het niet langer is, vangt Harreveld jongeren en gezinnen op uit andere delen van Nederland. Daarmee kunnen we allereerst stellen dat Harreveld langdurig zijn steentje heeft bijgedragen aan de Nederlandse maatschappij. In Harreveld zijn daardoor verschillende mensen die een trauma hebben opgelopen, door hun contact met, of door toedoen van sommige van deze jongeren. Mijn persoonlijke verwachting was dan ook dat het nu wel voldoende was en dat Harreveld eens iets terug mocht verwachten.

Namelijk het terrein terug geven aan Harreveld en haar bewoners. Dat voelt voor mij rechtvaardig.
Nee, men handhaaft het probleem en maakt het zelfs nog groter door trauma op trauma te stapelen.
Wie verzint het om deze risico’s bij elkaar te plaatsen tegenover een basisschool: is het de bedoeling om nieuw trauma te genereren?

Leefbaarheid nu en leefbaarheid in het aankomende decennium
Over de leefbaarheid en veiligheid op de korte termijn kan ik kort zijn. Ik zie veel (verkeers)bewegingen van auto’s en voetgangers. Veel mensen op straat, die weinig tot niets te beleven hebben in een dorp zonder voorzieningen. ‘Criminele’ jongeren die tijdens hun verlof door ons dorp gaan. Statushouders, die onze taal niet verstaan en waarmee wij dus niet kunnen verbinden. Niet wat betreft de aantallen en niet wat betreft de duur van hun aanwezigheid.

Mijn invalshoek is vooral de leefbaarheid op de langere termijn. Want wie wil wonen in een dorp waar twee van zulke maatschappelijke problemen bij elkaar zijn gebracht? Woningbouw is gewenst, maar wie wil er nogmaals wonen in dit dorp? Dat wil zeggen terugloop van het aantal kinderen op de basisschool en terugloop van leden van verenigingen. Verenigingen, die in ons dorp om allerlei andere redenen al worstelen om de vereniging te behouden.

Harreveld heeft al een hele periode stilgestaan. Voor de leefbaarheid van ons dorp voorzie ik op deze wijze een sterfhuis constructie. En als voorzitter van de muziekvereniging gaat mij dit aan het hart.

Werkelijk verbinden; 
‘elk mens telt’
Werkelijk verbinden veronderstelt gelijkwaardigheid. Gelijkwaardige uitgangspunten zijn m.i. nodig om werkelijk te verbinden. In gesprek gaan zodat je oprecht gehoord wordt en serieus genomen wordt. Dat je merkt dat hetgeen jij vertelt invloed kan hebben op (beleids)beslissingen. Deze gelijkwaardigheid ervaar ik niet. Er ligt duidelijk een plan van iHub, COA, Plurijn en met nadruk van de gemeente. Er is een rijdende trein, die niet te stoppen lijkt en waarvan het einddoel vastligt. We mogen mee(praten) in deze trein, maar het zal niet wezenlijk iets veranderen. Dat is geen participatie.

Vanuit de rol als burgermeester en wethouders wordt u voor taken gesteld door de rijksoverheid. Daarin bent u niet vrij. U bent wel vrij in de wijze waarop u deze taken gestalte geeft, deze gelijk over de gemeente verdeelt en de lasten spreidt.

Harreveld heeft voldoende geleverd en mag nu eens terug ontvangen. Dus voer vanaf nu het plan uit dat er ligt voor over 5 jaar. Zet die schep in de grond en begin met het verder bouwen aan een levendig Harreveld.
Dit niet doen, getuigt m.i. van onwil.

De mens in Harreveld is van dezelfde waarde als de jonge crimineel en de statushouder, als de inwoner van Lichtenvoorde of Groenlo, of de inwoners van de andere kerkdorpen.
Welk mensenrecht telt het zwaarst en welke stem telt het meest? De luidste, de meest agressieve of de bescheiden en rustige stem?
Kortom ik trek bij deze aan de noodrem en verzoek u ons geluid te horen en de lasten anders te verdelen.

Warme groeten,
Sonja Wolters