
BMV Mariënvelde blikvanger voor burgerinitiatief
AlgemeenVoor iedereen van 0 tot 110 jaar
Door Eveline Zuurbier
MARIËNVELDE – Achter Zieuwent lijken de weilanden eindeloos. Rustieke kleine en grotere boerderijen staan in groepen bij elkaar, alsof ze in de uitgestrekte broeklanden delen in de agrarische bedrijvigheid. Richting in wat heet 'de heide' onderbreken houtwallen het agrarische landschap. Als de Koolsteeweg slingerend overgaat in de Pastoor Deperinkweg doemt achter de strak groene sportvelden de kerk van Mariënvelde op. Rechts naast de kerktoren tussen de kale boomtakken door, lijkt er ineens een nieuw leven in het dorp te zijn. Een grote mammoetkraan hijst stalen balken op zijn plaats. Vanaf deze afstand zijn de werkzaamheden onhoorbaar. Geestdrift, doorzettingsvermogen en no-nonsense maken geen geluid.
Over een half jaar wordt het gebouw van de Brede Maatschappelijke Voorziening opgeleverd waar sport, zorg, ontmoeten, ontspanning en dagbesteding onder één dak samenkomen. Ruim 150 vrijwilligers uit Mariënvelde bouwen het, geleid door drie Mariënveldse bedrijven. Intussen is de zorgcorporatie sinds een half jaar officieel operationeel. Onlangs is naast de Vereniging BMV Mariënvelde bestaande uit sport- en activiteitenverenigingen, de Vereniging Zorgcorporatie Mariënvelde opgericht. Deze laatste is te vergelijken met de kruisvereniging van weleer, maar dan plaatselijk breed ingestoken. Door een lidmaatschap van 20 euro per jaar geven Mariënveldse huishoudens aan deel te nemen in de zorgcoöperatie. Kom je thuis uit het ziekenhuis en er is niemand die je daar kan opvangen, dan is er wel een dorpsgenoot die zich aanbiedt voor vervoer en de koffie klaar heeft. De zorgcorporatie kent, begeleidt en verbindt. De oplossing en hoe het in het vervolg verder gaat, bieden de Mariënvelders zelf.
Schouderklopje maakt gezond
De Mariënveldse BMV is tot in Den Haag een blikvanger voor burgerparticipatie geworden. De aanblik van het dorp kenmerkt het karakter en het leven in Mariënvelde. De kerk en haar zielzorg symboliseren nog altijd het moment dat de dorpsgemeenschap tachtig jaar geleden werd gesticht, zich afscheidde van het grotere Zieuwent en daarnaast ook een school kreeg om in haar eigen behoefte te voorzien. Ook toen deed de bevolking dat geheel op eigen kracht en in de letterlijke betekenis van het woord: pro deo. En ook nu geeft het dorp aan, weer zelf eigenaar te willen zijn van het wel en wee in Mariënvelde met de BMV als centraal fysiek inloopcentrum.
Freek Jansen, de initiatiefnemer met wie het allemaal begon, kreeg in eerste instantie opmerkingen als: 'onrealistisch plan', 'dat kan niet' en 'alles draait toch om geld, wetgeving en contracten?' Zijn antwoord: "Ga eens kijken in je omgeving welke kwaliteiten, kennis en andere competenties er in de buurt aanwezig zijn. Soms weten mensen zelf niet welke kracht zij bezitten en welke uitwerking zij op anderen kunnen hebben. Er hoeft in de meeste gevallen helemaal geen beschikking en geld onder te liggen. Ergens begint iemand met een goed idee en vervolgens gebeuren er allerlei kleine dingen met een groot resultaat waar iedereen blij van wordt. Zo ervaren mensen hoe het is om dingen te doen. Eenzame inwoners of mensen met een burn-out (denk niet dat die in een klein dorp niet voorkomen) zijn niet geïndiceerde inwoners bij wie wel een behoefte leeft aan een vorm van dagbesteding. Dit geldt ook voor kinderen met een rugzakje, die we een programma kunnen aanbieden om de ouders te ontlasten. Dat kan zijn een wandeling of een tuin helpen onderhouden. De man met de burn-out heeft een wandelmaatje die eens hetzelfde heeft doorgemaakt; de alleenstaande met een te grote tuin heeft bij het kopje koffie aan de tuinhulp een gesprek en de gepensioneerde leerkracht houdt een kind met een concentratieprobleem in het ritme door huiswerkbegeleiding. Je kunt bij de BMV een bordje neerzetten met 'GGZ' of 'GGNet', maar dan werp je een enorme drempel op. Dat werkt dus niet. Hieruit is een moestuinproject groeiende waar leerlingen via dementerende ouderen kennis nemen van de verhalen die die ouderen zich herinneren. Over 'vroeger in het boerenhof', en onder begeleiding van leerlingen van het Graafschap College die uit Mariënvelde afkomstig zijn. Een ander voorbeeld is de ontkoppeling van Hameland. We hebben graag dat de Mariënvelders hier komen werken. De Hacron maait het gras van de basisschool. Dat kunnen we ook de Mariënvelder laten doen die bij de Hacron werkt. Dan is het niet Jantje van de Hacron, maar Jantje die het grasveld van onze school en onze kerkenpaden onderhoudt. De waardering wordt anders. Je voelt je beter wanneer je een schouderklopje krijgt. En wanneer iedereen dat krijgt, leeft een heel dorp op."
Regie bij inwoners
Voor de realisatie van de BMV hebben gemeente en provincie 1, 2 miljoen euro beschikbaar gesteld. Dat ging niet zonder moeite. Voor het overmaken van een zo'n bedrag naar een klein dorp is de verleiding voor de politiek groot om nog veel te willen sturen. Oost Gelre moest eraan wennen om niet te vragen: hebben jullie wel aan de regelgeving gedacht? En kunnen vrijwilligers alle ballen in de lucht houden? Maar de problemen die er in de kleine kernen leven, zijn niet anders dan die in wijken van de grote dorpen en steden. Om de alsmaar stijgende zorg- en welzijnskosten het hoofd te kunnen bieden moeten gemeenten informele welzijn- en zorginitiatieven van burgers wel meer gaan stimuleren en ondersteunen.
Toen de politiek in een groot verkiezingsdebat in het dorpscafé haar zinnen zette op de BMV, is het vliegwiel gaan draaien. Volgens de initiatiefnemers werkt het concept ook door op de jongeren in het dorp. "De voorzieningen worden niet minder, maar meer. De spreekuren (eens per veertien dagen) van de praktijkondersteuners van de huisartsen, psychosomatisch behandelaars en GGZ in De Boog zitten bomvol. We hebben daarvoor nog nooit een huisarts in het dorp gehad! Een ander voorbeeld is straks hoe we het BMV-gebouw gaan vormgeven. Daarvoor hebben we onder meer een Mariënveldse hbo-student facility-management gevraagd. In eerste instantie vond hij dat hij niet van betekenis kon zijn in de werkgroep. Hij bracht het als 'ik heb totaal geen ervaring!' en keek op tegen de ruim ervaren facilitair manager van een zorginstelling en de binnenhuisarchitect. Toen hij in het voorstelrondje nonchalant meldde dat de verhuizing van de gemeente Deventer zijn afstudeeropdracht is, waren alle ogen op hem gericht. Het effect is dat hij zich nu nodig voelt, een klein dorp een uitdagende opdracht biedt die een andere aanpak vraagt en de ervaren personen graag nieuwe kennis willen opdoen van de student. Hoe mooi wil je het hebben? Beter kun je het niet voor elkaar krijgen."








