
Burgemeester plant eerste dahliaknol
CultuurLICHTENVOORDE - Burgemeester Gea Hofstede poot op woensdag 6 mei de eerste dahliaknollen in de Corsotuin. Een symbolisch moment waarmee zij het startsein geeft voor het nieuwe corsoseizoen.
Door Dinès Quist
De symbolische handeling markeert het moment waarop alle 18 corsogroepen beginnen met het planten van hun knollen, in aanloop naar het jaarlijkse Bloemencorso Lichtenvoorde op de tweede zondag van september. Voorzitter van Stichting Bloemencorso Lichtenvoorde, Thijs Kroezen, is blij met de betrokkenheid: “Het is mooi dat de burgemeester dit bijzondere moment samen met ons wil markeren.”
Corsotuin als visitekaartje
De Corsotuin aan de Richterslaan is een plek waar bezoekers alvast een voorproefje krijgen van het corso. Langs de wandelpaden worden verschillende soorten dahlia’s geplant. Thijs Kroezen: “Zodra de dahlia’s in bloei staan, vormt de tuin een prachtige aanblik voor inwoners en toeristen. Deze plek is ook het startpunt voor de populaire Dahliafietsroute.”
Niet één, maar een rijtje
Burgemeester Hofstede spreekt haar waardering uit voor alle vrijwilligers die het corso mogelijk maken. “Het is ongelooflijk hoeveel werk hier wordt verzet.” En bij woorden blijft het niet. Ze plant enthousiast een heel rijtje knollen. “Dat is wel het minste dat ik kan doen,” grapte ze. Daarna nemen de vrijwilligers het stokje over. Het is nog even wachten totdat de eerste bloemen zich openvouwen. Vanaf juli zullen de eerste bloemen in bloei staan.
Miljoenen bloemen in de maak
De 18 corsogroepen stoppen de komende weken zo’n 150.000 dahliaknollen in hun dahliavelden. Elke knol levert tientallen bloemen op, goed voor miljoenen dahlia’s. Die zijn hard nodig, want alleen al voor de corsowagens worden er zo’n 4 miljoen gebruikt. Een deel van de oogst vindt ook zijn weg naar andere corso’s. “We hebben een goede samenwerking met andere dahliacorso’s,” vertelt Thijs. “Lichtenvoordse groepen kopen zelf ook bloemen bij andere corsoplaatsen in, om tijdens het plakweekend precies de juiste kleuren en aantallen te hebben.” Voor het zover is moet er nog veel werk verzet worden, maar de knollen in de corsotuin kunnen alvast aan het werk.

















