
Bramen plukken
Opinie ColumnsAls we vroeger in de verte de toeters en bellen van de Grolse Kermis hoorden, was dat het teken voor mijn ouders ons mee te nemen. Maar niet naar de kermis. We gingen bramen plukken. De kermis in Groenlo en de piektijd van de braam overlappen elkaar kennelijk. Waar mijn vrienden hun kermiskaarten van het Lunapark aan hun 501 hadden geniet en met speels gemak keer op keer de ongelijke trap naar boven namen, struikelde ik me met een plastic kwarkbakje een weg door de doornentakken omdat, volgens mijn vader, aan de achterkant de mooiste vruchten zaten. Als we thuis kwamen, waren de bloedrode vlekken aan gezicht, handen en kleren de perfecte metafoor voor de kansloze poging toch nog enigszins ongehavend het einde van de middag te halen. Toegegeven, ze smaakten heerlijk, zo vers van de struik. Maar toch vervloekte ik de keukenvlijt van mijn ouders. En ik hield niet eens van jam.
Omdat ik in mijn studententijd eigenlijk altijd de herkansingsperiode in de tweede helft van augustus nodig had om de te lang uitgestelde studie-uren op te vangen, ben ik dus nauwelijks opgegroeid met de kermis. Althans niet met de Grolse Kermis. Op de Kermis Lichtenvoorde kwam ik graag. Nog steeds trouwens. Ik heb mijn vrouw er niet op uitgezocht maar dat ik door haar Lichtenvoordse roots altijd zin heb in de kermismaandag is een cadeautje. Bovendien zocht ik haar niet uit maar zocht ze mij uit. Daar ben ik haar nog steeds dankbaar voor.
Dus dat ik ook dit jaar de Grolse Kermis aan me voorbij moet laten gaan, vind ik niet erg. Ik wens iedereen alvast geweldige dagen, maar omdat ik geen idee heb wat ik mis, kan ik er prima mee leven. Bovendien heb ik mijn sluimerende schuldgevoel over mijn gebrekkige Grollenaarschap keurig afgekocht met een donatie aan de deur.
Dat ik er niet bij ben, komt niet omdat ik bramen ga plukken. Wel lig ik aan het zwembad in een niet zo ver warm land. Bovendien is het bramen plukken al gebeurd. Met mijn kinderen ben ik het trampad tussen Groenlo en Lievelde afgestruind op zoek naar het eerste zwarte goud tussen de nog veelal onrijpe vruchten. Met onze korte broeken waren we maar matig voorbereid. Maar zelfs nu je beter geen bramen vers van de struik meer kunt eten, de vossenlintworm rukt op en daar wil je geen eitjes van binnenkrijgen, deden ze het met plezier. Fanatiek baanden ze zich een weg naar de achterkant van de struiken want daar vonden ze de mooiste exemplaren.
Thuisgekomen waren ze zo blij met de buit dat hun gehavende lichamen ze niet deerden. We hadden genoeg voor een half jaar heerlijke jam en daar ging het om. En dat ook zij niet opgroeien met de Grolse Kermis? Ach, daar komen ze wel overheen. Bovendien: wat niet is, kan nog komen. En anders gaan ze maar naar Lichtenvoorde.










