Afbeelding

Geloven

Opinie

“Ik geloof in God, de Almachtige Vader, Schepper van Hemel en Aarde…” prevelde ik. Het ging automatisch. Als een mantra. Ik zeg het bijna elke zondag als ik de kerkdienst stream vanuit de Calixtuskerk. (Half tien is echt te vroeg voor Abeltje en mij, we zijn dan net toe aan koffie. Is het een idee om de dienst in Lichtenvoorde om de andere week om half tien te laten beginnen en de dienst in de Calixtus om de andere week om half elf?)

Deze zondag was ik niet in Groenlo en ook niet thuis in Beltrum. Ik was in Antwerpen in een abdijkapel, naast het huis van mijn zus. Na een fijne dag bij haar aan de keukentafel had ik in de abdij overnacht. De kapelklok had mij in de vroege ochtend gewekt.

We hadden afgesproken om voor het ontbijt even samen naar de mis te gaan. “Kijk, daar zit ik altijd,” had mijn zus gewezen bij binnenkomst. “Wil je ook een liedbundel?”

“… En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon…”

Inmiddels was de dienst een eindje op weg. Ik had de kapel bekeken. Heel anders dan de Calixtus. Klein, gemeudelijk. Maar veel was ook hetzelfde. Het altaar, de rituelen. Deze pastoor leek wel een beetje op pastoor De Jong. Hij praatte helder, zacht maar duidelijk. Hij had humor, hij kon prachtig zingen.

“… Die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria…”

Mijn zus had ook nog altijd een mooie stem bedacht ik. Fluwelig, een beetje teer, en toch ook sterk. Hoe lang kende ik haar stem al? Langer dan achtenvijftig jaar. Ik hoor hem weinig maar hij zit in mijn hart. En nu, op deze zondagmorgen, vloeiden onze stemmen samen als in één stem.

“… Die geleden heeft onder Pontius Pilatus…”

Toen kwam de ontroering. Het stemgeluid van mijn zus, mijn lieve zus die zo ver weg woont maar met wie ik me zo verbonden voel. Zij zegt dezelfde tekst op als ik, elke zondagmorgen, samen met mij en met wereldwijd een heleboel anderen.

De liedbundel werd nat. Ik veegde met mijn mouw over de pagina maar dat maakte het alleen maar erger. “Gaat het?” vroeg mijn zus. Ik keek haar aan. Haar gezicht was niets veranderd in al die jaren. Haar ogen nog net zo diep bruin, haar wenkbrauwen donker. Een klein kuiltje in haar ene wang. Ik knikte.

Zij is mijn zus. Met alles wat ik heb hou ik van haar. Met alles wat zij en ik hebben meegemaakt in onze levens die zo ontzettend verschillend zijn gelopen.

Elke zondag zeggen wij hetzelfde gebed. Dat sterkt mij. Die verbondenheid met haar, en met haar geest en ziel, met onze gezamenlijke en afzonderlijke geschiedenissen, onze identieke genen.

Voor mij is dat de kern van ‘geloven’. Geen wetten, geen regels. Wel rituelen, bezieling, vergiffenis, stabiliteit en verbondenheid.

Het is die ruime zin van het woord waarin ik mij verbonden voel met gelovigen over de hele wereld. Met katholieken, christenen, joden, moslims, boeddhisten, hindoes. De goede en fijne dingen staan voor mij boven dogma’s, plichten en verboden.

En het is deze verbondenheid van waaruit ik alle moslims een goede en vruchtbare ramadan wens, en aan het eind van deze bijzondere maand een prachtig Suikerfeest.

In Antwerpen was de dienst ten einde. Ik legde mijn liedbundel in de kast achterin de kapel, bovenop die van mijn zus. ‘Eén van de komende weken zingt ze uit deze bundel’, dacht ik. ‘Samen met mij.

Dwars door mijn tranen’.


mirjam@writeme.com

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant