Rob Heebink. Archieffoto: Luuk Stam

Rob Heebink. Archieffoto: Luuk Stam

‘We wilden het bovengebit als sjoelsteen gebruiken’

Zorg

ACHTERHOEK - In Veur de Draod beantwoorden Bekende Achterhoekers stellingen. Wie antwoordt legt zijn ziel bloot. In deze aflevering Rob Heebink (35) uit Toldijk. Hij deed mee aan de NPO-hitserie Kamp van Koningsbrugge én bereikt tienduizenden volgers via zijn vlogs over zijn verpleegkundige werkzaamheden in ‘In de zorg met Rob’.

Door André Valkeman

1) Mijn mentale bui is:
“Ik heb wat dagen vrij gehad rond oud en nieuw. De kop is leeg en nu een frisse start. Ik ga het theater in en heb daar vandaag mooie gesprekken voor staan. Ik ga een echte klassieke theatervoorstelling geven. 2026 gaat denk ik echt een mooi jaar worden.

Je kan een bult gekkigheid verwachten en een belangrijke boodschap over ouderen en ouder worden. Een beetje vroeger is de toekomst, zo heet de voorstelling. De toekomst niet op zijn beloop laten, dat is de boodschap. Hoe wil je oud worden? Moet de zorgrobot jouw katheterzak aansluiten. Of vind je het prettig dat een mens je helpt in het ouder worden.

In de verre toekomst hoop ik landelijk te kunnen toeren in theaters. Dat is wel een droom.’’

2) Ik lijk het meest op ‘mien va/mo’:
“Mijn vader als ik in de spiegel kijk. Dan moet ik wel lachen. Want die brede lach delen wij. Mijn postuur is ook mijn vader, pezig, haha.

Mijn karakter en inborst is de vader van mijn moeder, dus moeders kant. Opa, pake. Ik ben een blauwdruk karakterologisch. Een Friese man die werkte voor onder meer de Rijksrecherche. Hij streed voor rechtvaardigheid, keek om naar de medemens en wilde midden in de samenleving staan.

Hoe ouder ik word, hoe meer ik zie dat wat hij bij de politie deed, dat ik dat in de zorg doe.”

3) Na de dood is er:
“Ik weet niet of Petrus voor mij de deur open doet. Maar is hij er dan wel? Laten we daar maar mee beginnen. Ik zie in mijn zorgwerkzaamheden mensen de dood in glijden. Indien het geloof hen troost en kracht geeft op het einde, ga ik daar in woord in mee.

Zelf denk ik niet dat er iets is. Maar ik hoop het weer wel. Ik geloof van niet, maar ik hoop van wel. Laten we het daarop houden.

Aan de andere kant: de gedachte dat er niets is, geeft ook kracht. Het geeft ook meer waarde en power aan dat je nu wél leeft. Je moet het nu doen, want straks is er niet.’’

4) Mijn grootste angst in het leven is:
“Het verlies van vrouw of kinderen. Met zeven maanden zwangerschap is een meisje bij ons stil geboren. Dan verlies je al iets dat je nooit wil verliezen. En als je dat gekend hebt denk je: dat nooit weer.

Heb ik een triviale angst? Ja, ik ben geen fan van vliegen. Indien het legaal was geweest om de oxazepam (een krachtig medicijn dat sterk werkt om angst te verminderen en spieren te ontspannen, red.) van cliënten mee te nemen, dan nam ik heel de strip mee die vliegbolide in en at ze als pepermunt.’’

5) Ik kan buiten de Achterhoek wonen:
“Nee, nee. Ik ben een ADHD-kop en deze streek geeft je rust. Met de natuur en de mensen die erin leven, het noaberschap. Ik zoek liever de drukte op, dan dat ik erin woon. In de Randstad zou ik doordraaien vanwege alle prikkels.

Op de voor mij juiste plaats ben ik geboren en op de juiste plaats zal ik waarschijnlijk sterven.’’

6) De zorg is voor mietjes:
“Haha, u probeert mij uit te dagen, haha. Sodemieter op zou ik zeggen.

Het is juist voor mensen die om kunnen gaan met mensen die ongewild afhankelijk worden. Je maakt relatief veel overlijdens mee. Je moet stevig in je schoenen staan en mentaal juist ijzer- en ijzersterk zijn.

Niet iedereen kan daarom in de zorg werken, dat hoeft ook niet. De zorg is bij uitstek een beroep waarbij je naar huis rijdt en dat het geen vraag is of je iets bijgedragen hebt aan de samenleving. Een heerlijk gevoel.’’

7) Hierom kreeg ik voor het laatst tranen in mijn ogen van het lachen:
“Gisteravond nog in een late zorgdienst. Ik houd van klieren. De ouderenbewoners wilden sjoelen. We kwamen een steen tekort en toen vroeg ik bij een bewoner of we haar bovengebit niet even konden lenen.

Ze maakte de beweging hem eruit te halen en te doneren. Maar we hebben het niet door vakje vier weten te schuiven. Ze was iets te grof in de bek.’’

8) De mens is monogaam:
“Ergens hoop ik het, maar ergens veranderen wij daarin als mens. Mensen zijn altijd maar op zoek naar meer. De verveling lijkt steeds sneller toe te slaan en we lijken steeds minder bereid om te werken voor een relatie. Maar ik kan niet in ieder huisje kijken.

Ik kom in de ouderenzorg mensen tegen die zestig jaar bij elkaar zijn gebleven, een kunstwerk is dat. Daar is het echt niet altijd leuk geweest, dat is werken. Dat ze ’t haalden, dat stemt ze dolgelukkig en trots. Ontroerend.

Die verhalen zijn inspiratie voor mij. Dat wil ik ook met mijn vrouw.’’

9) Mensen met accent en of tongval zijn:
“Verrijkt dat ze het nog kunnen spreken. Onverbloemd trots op hun achtergrond. Een eis in het leven is het niet, maar die mensen zijn vaak helemaal ontspannen zichzelf.’’

10) Dit komt er op mijn grafsteen:
“‘Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd’. Mijn uitvaart mag een feest zijn daarom. Ook die dag moet er gelachen worden.’’

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant